De positie van de vennootschap onder firma
Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/2.2.7.3:2.2.7.3 Sancties op schending inschrijvingsplicht
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/2.2.7.3
2.2.7.3 Sancties op schending inschrijvingsplicht
Documentgegevens:
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS390616:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 17 december 1982, ECLI:NL:HR:1982:AG4503, r.o. 3.3, NJ 1983/480, m.nt. J.M.M. Maeijer (Bibolini). Zie Huizink 2011 p. 36.
Kamerstukken II 2005/06, 30656, 3, p. 46-47.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Inschrijving in het handelsregister is weliswaar geen constitutief vereiste voor het bestaan van de VOF, maar wel staan er sancties op het onjuist, onvolledig of niet inschrijven. Zolang de VOF in het geheel niet is ingeschreven, geldt het bepaalde in art. 29 WvK: de vennootschap geldt ten opzichte van derden te goeder én te kwader trouw als algemeen voor alle zaken, als voor onbepaalde tijd aangegaan en als geen van de vennoten uitsluitend of beperkend in vertegenwoordigingsbevoegdheid. Van belang is dat de rechter art. 29 WvK niet ambtshalve zal toepassen; de wederpartij zal er dus een beroep op moeten doen. Het is echter wel de vraag in hoeverre de rechter nu nog daadwerkelijk de wederpartij die te kwader trouw is, zal beschermen. Mogelijk oordeelt hij dat een wederpartij onder bepaalde omstandigheden in strijd met de goede trouw handelt als hij de VOF aan de overeenkomst houdt terwijl hij wist dat de handelende vennoot onbevoegd was de VOF te vertegenwoordigen.1 In dit verband verwijs ik naar het door de Hoge Raad gewezen Bibolini-arrest dat weliswaar zag op een NV, maar naar mijn mening ook relevantie kan hebben voor de VOF. In dit arrest oordeelde de Hoge Raad dat een NV zich in beginsel niet kan beroepen op een interne bevoegdheidsbeperking, maar dat in de omstandigheden van een specifiek geval de wederpartij zich kan gedragen in strijd met de goede trouw als:
hij de NV aan de overeenkomst houdt, terwijl
de bevoegdheidsbeperking bij hem bekend was toen hij de overeenkomst aanging.
Ook hier maakt de Hoge Raad dus een uitzondering op de wettelijke regel dat een beperking niet tegenwerpbaar is jegens derden. Het zal dan echter wel om bijzondere omstandigheden moeten gaan; in Bibolini was de wederpartij betrokken geweest bij de totstandkoming van het besluit waarbij de bevoegdheidsbeperking werd opgelegd. Maeijer somt in zijn noot bij het Bibolini-arrest enkele in de literatuur geopperde voorbeelden van bijzondere omstandigheden op: samenspanning, uitlokking om te handelen in strijd met de bevoegdheidsbeperking en bijzondere nadeligheid van de transactie voor de rechtspersoon.
Bij onvolledige of onjuiste inschrijving kan volgens art. 25 Hrgw 2007 tegenover derden te goeder trouw geen beroep worden gedaan op een feit dat door inschrijving of deponering moest worden bekendgemaakt. Voorts is handelen in strijd met een bij of krachtens de Handelsregisterwet 2007 gestelde verplichting tot het doen van opgave ter eerste inschrijving of tot het doorgeven van latere wijzigingen2 een economisch delict (art. 1 onder 4 Wet op de economische delicten (WED) jo. art. 47 Hrgw 2007). De overtreder (dat is dus in beginsel iedere vennoot) hangt hechtenis van ten hoogste zes maanden, taakstraf of geldboete van de vierde categorie boven het hoofd (art. 2 lid 4 jo. 6 lid 1 sub 4 WED).