Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes
Einde inhoudsopgave
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/3.1:3.1 Inleiding
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/3.1
3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. L.S.A. Trapman, datum 19-02-2024
- Datum
19-02-2024
- Auteur
mr. L.S.A. Trapman
- JCDI
JCDI:ADS949745:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In hoofdstuk 2 werd duidelijk dat het kiesrecht als grondrecht een centrale plaats inneemt bij de duiding van het constitutionele democratiebegrip. Dit hoofdstuk verkent het grondrechtelijke karakter van het kiesrecht verder. Allereerst wordt aandacht besteed aan artikel 4 van de Grondwet, de grondwettelijke grondslag van het kiesrecht voor, onder andere, de leden van de Tweede Kamer (paragraaf 3.2). Vervolgens bespreek ik artikel 3 Protocol 1 EVRM, waarin het recht op vrije en eerlijke verkiezingen een plek heeft gekregen (paragraaf 3.3). Daarna ga ik in op de uitwerking van dit recht door de Venice Commission, het belangrijkste constitutionele adviesorgaan van de Raad van Europa, dat met de Code of Good Practice in Electoral Matters een duidelijk kader heeft geschapen voor een vrij en eerlijk verkiezingsverloop ex artikel 3 Protocol 1 EVRM (paragraaf 3.4). De volgende paragraaf (paragraaf 3.5) gaat kort in op de uit de Code volgende uitgangspunten, die gedeeltelijk in Deel 2 van deze dissertatie nader zullen worden uitgewerkt. In paragraaf 3.6 maak ik enkele afsluitende opmerkingen.