Einde inhoudsopgave
Levering en verpanding (O&R nr. 90) 2016/2.4.3.2
2.4.3.2 Internationale instrumenten
mr. B.A. Schuijling, datum 28-01-2016
- Datum
28-01-2016
- Auteur
mr. B.A. Schuijling
- JCDI
JCDI:ADS473175:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor een overzicht Goode e.a. 2012, p. 468 e.v.
UNCITRAL Secured Transactions, p. 20, onder (b), p. 32-33 en p. 78.
UNCITRAL Secured Transactions, p. 20, onder (c), p. 33 en p. 78.
UNCITRAL Secured Transactions, p. 23, onder (c). Zie ook art. 2 OAS Modelwet.
UNCITRAL Secured Transactions, Recommendation 2, aanhef en onder a, en Recommendation 17. Zie ook art. 5.8 en 5.9 EBRD Modelwet. Zie ook de vestiging van zekerheid op “relatief toekomstige zaken” (prospective international interest) op grond van art. 1(y) jo. 19(4) Kaapse Verdrag inzake internationale zakelijke rechten op mobiel materieel. Zie daarover ook Goode 2001, p. 6-7.
UNCITRAL Secured Transactions, p. 23 en 78. Eventuele uitzonderingen op dit uitgangspunt, ingegeven door de wens om de zekerheidsgever of diens overige schuldeisers te beschermen, dienen beperkt te zijn en op een heldere en specifieke wijze te zijn omschreven.
UNCITRAL Secured Transactions, Recommendation 13 en specifiek voor vorderingen Recommendation 23 onder b. Zie ook p. 70-71, 78-79 en 92. Zie ook art. 6 OAS Modelwet. Dezelfde constructie wordt gehanteerd ten aanzien van de cessie van toekomstige vorderingen op grond van art. 8 lid 1, onder (b). Zie ook art. 5, onder (b), UNIDROIT Convention on International Factoring 1988.
UNCITRAL Secured Transactions, Recommendation 14 onder d en specifiek voor vorderingen Recommendation 23 onder a. Zie ook art. 5.5 EBRD Modelwet; art. 7 (IV) OAS Modelwet; art. 5(a) UNIDROIT Convention on International Factoring 1988; en art. 8(1) UN Convention on the Assignment of Receivables in Trade.
UNCITRAL Secured Transactions, p. 80. Daarbij wordt opgemerkt dat een generieke omschrijving in een aantal rechtsstelsels is uitgesloten ingeval de zekerheidsgever een consument of kleine ondernemer betreft
UNCITRAL Secured Transactions, p. 81-83.
UNCITRAL Secured Transactions, Recommendation 19 en p. 84-85. Vgl. art. 11 OAS Modelwet; en overigens ook art. 2 lid 5 Kaapse Verdrag inzake internationale zakelijke rechten op mobiel materieel.
UNCITRAL Secured Transactions IP Supplement, Recommendations 4(b) en 17. Zie ook p. 49-51 (nr. 113-118).
UNCITRAL Secured Transactions, Recommendation 235. Zie ook UNCITRAL Insolvency Law, Recommendation 35 onder (b): de goederen die de failliet verkrijgt nadat hij failliet is verklaard, vallen in de boedel.
UNCITRAL Secured Transactions, Recommendation 236 en p. 428-429.
34. De hiervoor besproken Amerikaanse regelingen zijn van invloed geweest op enkele internationale instrumenten die de afgelopen decennia tot stand gekomen zijn en die mede de vestiging van zekerheidsrechten op toekomstige goederen betreffen. Daarbij kan worden gewezen op de (continentale) modelwetten van enerzijds de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (1994) en anderszijds de Organisatie van Amerikaanse Staten (2002). Daarnaast is verschenen de UNCITRAL Legislative Guide on Secured Transactions (2008), een wetgevingsgids die door de Verenigde Naties is opgesteld en waarmee wordt beoogd een helpende hand te bieden aan staten die hun zekerhedenrecht willen moderniseren. Bovendien kan worden gewezen op enkele verdragen die specifieke financieringsvormen reguleren, zoals de UNIDROIT Convention on International Factoring 1988, het Kaapse Verdrag inzake internationale zakelijke rechten op mobiel materieel (2001) en de United Nations Convention on the Assignment of Receivables in International Trade (2004).1 Deze regelingen hebben gemeen dat zij de vestiging van zekerheid op toekomstige goederen (in ruime mate) faciliteren.
De UNCITRAL Legislative Guide on Secured Transactions is over deze doelstelling het meest expliciet. Deze wetgevingsgids gaat ook nadrukkelijk in op de rol van zekerheid op toekomstige goederen in moderne rechtsstelsels. De mogelijkheid om toekomstige goederen in onderpand te geven, speelt een rol bij twee van de elf hoofddoelstellingen van de gids. Ten eerste is het een hoofddoel dat schuldenaren de volledige waarde van hun goederen kunnen inzetten ter verkrijging van krediet. Dit betekent onder meer dat een schuldenaar zijn toekomstige goederen in onderpand moeten kunnen geven.2 Ten tweede streeft de gids ernaar dat zekerheidsrechten op een eenvoudige en efficiënte wijze kunnen worden gevestigd. Zodoende kunnen de transactiekosten, en daarmee uiteindelijk de kosten van het krediet, worden gedrukt. Een belangrijk aspect hierbij is een mechanisme dat de vestiging van zekerheidsrechten op toekomstige goederen mogelijk maakt, zonder de noodzaak van aanvullende documentatie of handelingen van partijen.3 De mogelijkheid om zekerheid op toekomstige goederen te verschaffen is daarom één van de twaalf “fundamentele principes” die ten grondslag liggen aan de wetgevingsgids.4
In de gids wordt aanbevolen om zekerheid op de toekomstige goederen op ruime schaal toe te staan.5 Juridisch-technische argumenten zouden niet in de weg moeten staan aan de behoefte van de praktijk om toekomstige goederen in te zetten ter verkrijging van krediet.6 Het zekerheidsrecht ontstaat vervolgens zodra de zekerheidsgever het goed of de beschikkingsbevoegdheid over dat goed verkrijgt.7 Het is daarbij voldoende dat bij de vestigingshandeling het onderpand zodanig wordt omschreven dat het aan de hand daarvan redelijkerwijs kan worden geïdentificeerd, waarbij een generieke omschrijving van de huidige en toekomstige goederen volstaat.8 De toelaatbaarheid van een algemene omschrijving van het onderpand leidt tot een vermindering van de complexiteit en kosten van de vestiging van zekerheid.9 De aanbevelingen van de gids moeten ertoe leiden dat op een eenvoudige wijze door middel van één handeling zekerheid kan worden gevestigd op alle huidige en toekomstige goederen van de zekerheidsgever. Beperkingen hierop, zoals zwaardere vestigingseisen of een maximaal percentage van het vermogen dat bezwaard mag worden, worden uitdrukkelijk afgewezen. Met een algemene erkenning van zekerheid op toekomstige goederen is de noodzaak voor meer specifieke rechtsfiguren waarmee een zekerheidsrecht kan worden gevestigd op een (deel van de) onderneming als zodanig, niet langer noodzakelijk.10 In navolging van het Amerikaanse recht strekt de zekerheid zich bovendien automatisch uit tot alle (identificeerbare) opbrengsten van het onderpand. Dit zou in lijn zijn met de gebruikelijke verwachtingen van partijen en in lijn met de doelstelling om partijen met zo min mogelijk formaliteiten de normalerwijs gewenste uitkomst te kunnen laten bewerkstelligen.11
De uitgangspunten die zijn geformuleerd voor zekerheidsrechten in het algemeen gelden ook bij intellectuele eigendom, met inachtneming van de bijzonderheden van deze rechten. Als uitvloeisel hiervan wordt in een supplement bij de wetgevingsgids in het bijzonder aanbevolen om de vestiging van zekerheidsrechten op toekomstige intellectuele eigendomsrechten toe te staan, voor zover het desbetreffende recht zich daar niet tegen verzet.12
Wat betreft de gevolgen van het faillissement van de zekerheidsgever is het uitgangspunt van de gids dat een bij voorbaat gevestigd zekerheidsrecht zich niet uitstrekt over de goederen die tijdens faillissement worden verkregen.13 Het zou onredelijk zijn om de zekerheidshouder het recht te geven om zich te verhalen op goederen die de boedel na de faillietverklaring verkrijgt. Omgekeerd worden de overige schuldeisers onredelijk benadeeld indien de onbezwaarde middelen van de boedel worden gebruikt om goederen te verwerven die automatisch onder het zekerheidsrecht zouden vallen. Dat zou slechts anders zijn indien de verkregen goederen de opbrengsten zijn (of zijn verkregen met de opbrengsten) van goederen waarop reeds voor het faillissement een zekerheidsrecht rustte.14