Einde inhoudsopgave
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/7.3
7.3 Getraceerde hoofdzaken waarbij een opheffingskortgeding is aangebracht
mr. M. Meijsen, datum 27-05-2013
- Datum
27-05-2013
- Auteur
mr. M. Meijsen
- JCDI
JCDI:ADS500718:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Samengesteld uit alle in de database Civiel als zodanig bekende, geregistreerde opheffingskortgedingen bij de zes rechtbanken die deel uitmaakten van het onderzoek.
Het gaat hierbij om zaken die worden gekenmerkt door veel proceshandelingen en complexiteit.
Men zou hierbij kunnen stellen dat een mogelijke verklaring van dit lage aantal wordt veroorzaakt doordat vorderingen in de praktijk vaak hoger worden ingezet dan deze in werkelijkheid zijn omdat ervan wordt uitgegaan dat een gedeelte (toch) niet wordt toegewezen. Dit zou dan zichtbaar moeten zijn in een (aanzienlijk omvangrijker) categorie ‘vordering deels toegewezen’, hetgeen echter niet het geval blijkt. Het is derhalve onwaarschijnlijk dat het geringe aantal geheel toegewezen vorderingen hierdoor veroorzaakt wordt.
Bruinsma merkt in dit verband, enigszins gechargeerd, op dat cijfers de paradoxale eigenschap hebben dat zij op zichzelf niets zeggen, laat staan betekenis kunnen verlenen, maar wel tegelijkertijd een verpletterende indruk kunnen maken: Bruinsma 1995, p. 6.
Deze verzameling bestaat uit eenzelfde aantal zaken als de verzameling met daarin alle opheffingskortgedingen 2006 bij de zes aan het onderzoek meewerkende rechtbanken.
In 2006 werden bij de zes rechtbanken die deelnamen aan het onderzoek naar conservatoir beslag 267 zaken gevonden waarbij een opheffingskortgeding werd geëntameerd.1 Bij deze 267 zaken werd in 117 gevallen een hoofdzaak (handelszaken en korte gedingen) in bestanden en dossiers gevonden (tabel 23, kop 2e kolom).
In minder dan de helft van deze zaken (43%) was in de vorm van een vonnis inhoudelijke informatie beschikbaar over het resultaat in de hoofdzaak (vijftig zaken, in tabel 23 grijs gearceerd in de 2e kolom). In de resterende gevallen is informatie gevonden over de andere wijze van afdoening dan in de vorm van een vonnis. In vijfendertig gevallen (30% van de getraceerde hoofdzaken,) was sprake van een royement.
In zeven gevallen werd de zaak ingetrokken. In vijf zaken werd tijdens de zitting een regeling getroffen, welke is vastgelegd in een proces-verbaal.
In veertien gevallen was (nog) geen eindoordeel beschikbaar omdat de zaak nog in behandeling was. Ten opzichte van het totale aantal geëntameerde opheffingskortgedingen betekent dit een eindvonnis in 18% van de zaken, een royement in 13% van alle gevallen en een intrekking in 3% van de aangebrachte zaken. In veertien gevallen liep de zaak nog, meer dan twee jaar na de beslaglegging (tabel 23).2
2006
Opheffingskortgeding
Geen opheffingskortgeding
267 -/- 150 = 117
267 -/- 143 = 124
Getraceerde HOOFDZAKEN
Aantal
t.o.v. 117 Getraceerde hoofdzaken
t.o.v. 267 Zaken met opheff. KG
Aantal
t.o.v. 117 Getraceerde hoofdzaken
t.o.v. 267 Zaken met opheff. KG
Vonnis
49
42%
18%
27
22%
10%
Verstek
1
1%
0%
30
23%
11%
Lopende zaak**)
14
12%
5%
5
4%
2%
Ingetrokken
7
6%
3%
8
7%
3%
Schikking ter zitting
5
4%
2%
10
9%
4%
Geroyeerd
35
30%
13%
36
29%
14%
Onbekend
2
2%
1%
1
1%
0%
Onbevoegd / verwijzing**)
4
3%
1%
5
4%
2%
Parkeerrol
0
-
0%
1
1%
0%
Totaal
117
100%
44%
124
100%
46%
* Per datum sluiting dataverzameling 1 april 2009.
** Inclusief verwijzing, ook naar mediation.
Bekijkt men vervolgens de vijftig zaken waarin, na een beslag en een opheffingskortgeding, een eindvonnis in de hoofdzaak beschikbaar was, dan valt direct op dat in een meerderheid van de gevallen de rechter de gehele vordering die aan het beslag ten grondslag heeft gelegen, afwees en daarmee als ‘ongegrond’ beoordeelde (tweeëndertig zaken, hetgeen overeenkomt met 12% van alle geëntameerde opheffingskortgedingen, ruim een kwart van de bekende hoofdzaken en een ruime meerderheid (64%) van de vonnissen, zie de grijs gearceerde gegevens in tabel 24).
2006
Opheffingskortgeding
Geen opheffingskortgeding
267 -/- 150 = 117
267 -/- 143 = 124
HOOFDZAKEN, met vonnis
Aantal
t.o.v. 50 vonnissen
t.o.v. 117 hoofdzaken
t.o.v. 267 opheff KG
Aantal
t.o.v. 57 vonnissen
t.o.v. 124 hoofdzaken
t.o.v. 267 geen opheff. KG
Gehele vordering toegewezen
5
10%
4%
2%
4
7%
3%
1%
Vordering deels toegewezen
8
16%
7%
3%
8
14%
6%
3%
Vordering geheel afgewezen
32
64%
26%
12%
14
25%
11%
5%
Kort geding: beslag opgeheven
2
4%
2%
1%
0
-
-
-
Kort geding: beslag gehandhaafd
2
4%
2%
1%
0
-
-
-
Verstek
1
1%
1%
0%
31
53%
24%
12%
Totaal
50
100%
43%
18%
57
100%
45%
20%
Wanneer wordt teruggekeken naar de uitspraak in het opheffingskortge- ding dat hieraan voorafging, dan blijkt dat de voorzieningenrechter in iets minder dan de helft van deze gevallen (dertien maal) toen al oordeelde dat het beslag diende te worden opgeheven. In drie van de tweeëndertig gevallen werd het beslag opgeheven in combinatie met afspraken over het geschil. In nog eens drie gevallen werd het beslag deels opgeheven.
In zes gevallen werd het opheffingskortgeding ingetrokken. In vijf gevallen werd het beslag door de voorzieningenrechter ongewijzigd gehandhaafd (tabel 25).
Wanneer men de rechterlijke uitspraken in hoofdzaken (anders dan die waarin de vordering geheel werd afgewezen), waarin na het beslag een opheffingskortgeding werd aangebracht, in kaart brengt (tabel 24, linker helft) dan blijkt dat in vijf gevallen de hoofdvordering geheel werd toegewezen3 (hetgeen overeenkomt met 2% van alle opheffingskortgedingen, 4% van de bekende hoofdzaken en 10% van de vonnissen). In zeven van de vijftig vonnissen wees de rechter een gedeelte van de hoofdvordering toe.
2006
Resultaat in voorafgaand opheffingskortgeding
HOOFDZAKEN, ongegronde vorderingen
Aantal
Opheffing beslag
13
Opheffing en regeling
3
Gedeeltelijke opheffing
3
Handhaving beslag
5
Intrekking
6
Totaal
32
Welke conclusies zijn nu uit voorgaande gegevens te trekken? In hoeverre is bijvoorbeeld een kwart geheel afgewezen vorderingen in de hoofdzaak, volgend op beslag en opheffingskortgeding, veel of weinig?4 Omdat een dergelijke vraag niet met gegevens over zaken waarin een opheffingskortgeding plaatsvond alleen beantwoord kan worden, werd, om vergelijking mogelijk te maken, een zogenoemde vergelijkingsgroep samengesteld van zaken waarin ook conservatoir beslag werd gelegd, maar geen opheffingskortgeding werd ingesteld.5