Einde inhoudsopgave
De strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in Nederland (SteR nr. 39) 2018/5.2.2
5.2.2 Anti-slavernij en slavenhandelverdragen (19e en 20e eeuw)
mr. drs. S.M.A. Lestrade, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. drs. S.M.A. Lestrade
- JCDI
JCDI:ADS387427:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Economisch strafrecht
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 118 Final Act of the Congress of Vienna 9 juni 1815 en de Declaration of the Powers regarding the abolition of the Slave Trade, 8 februari 1815.
Stb. 1848, 79.
Treaty for the Suppression of the African Slave Trade, 20 december 1841, United Kingdom Treaty Series 1841, 04053.
Acte général de la Conférence de Berlin, 10 maart 1885.
General Act of the Brussels Conference relating to the African Slave Trade, 2 juli 1890.
Convention to Suppress the Slave Trade and Slavery, 25 september 1926, United Nations, Treaty Series, vol. 212, No. 2861. Nederlandse vertaling Stb. 1928, 26.
Nowak 2005, p. 197, Smis, Janssens, Mirgaux & Van Laethem 2011, p. 61.
Protocol amending the Slavery Convention, 7 december 1953, United Nations, Treaty Series, vol. 182, No. 2422. Nederlandse vertaling Trb. 1955, 33.
League of Nations, Treaty Series, vol. 60, p. 254 en United Nations, Treaty Series, vol. 266, p. 3.
Supplementary Convention on the Abolition of Slavery, the Slave Trade, and Institutions and Practices Similar to Slavery, 7 September 1956, United Nations, Treaty Series, vol. 266, p. 3.
Het verdrag is op 2 december 1957 in Nederland in werking getreden, Trb. 1957, 118.
Zie de paragrafen hierna.
Op Europees niveau worden pas vanaf het begin van de negentiende eeuw pogingen ondernomen om slavernij en slavenhandel in Afrikaanse slaven op koffie- suiker- en tabaksplantages tegen te gaan. Zo verklaart het Congres van Wenen in 1815 de slavernij onverenigbaar met de beschaving en verdragen die uitdrukking geven aan mensenrechten.1 Er worden echter geen concrete maatregelen genomen om de slavenhandel te stoppen. Op 4 mei 1818 sluit Nederland een verdrag met het Verenigd Koninkrijk ter wering van de slavenhandel.2 Voorts wordt in 1841 in het multilaterale Verdrag van Londen de onderdrukking van Afrikaanse slavenhandel tussen Australië, Groot-Brittannië, Frankrijk, Pruisen en Rusland besproken.3 In 1885 volgt het Besluit van de Koloniale Conferentie van Berlijn over de verdeling van Afrika. Artikel 9 van het besluit bevordert de onderdrukking van de slavenhandel.4 En in 1890 komen de Algemene besluiten van de Antislavernij Conferentie van Brussel tot stand.5 De besluiten betreffen een verzameling van maatregelen tegen de trans-Atlantische slavenhandel. Het duurt echter nog langer, tot 1926, voordat een verbod op slavernij en slavenhandel op internationaal niveau is gecodificeerd in het Verdrag inzake slavernij.6Artikel 1 van het verdrag definieert slavernij als:
‘De status of conditie van een persoon wiens eigendomsrecht hetzij in vollen omvang, hetzij in beperkte mate wordt uitgeoefend door een ander.’
Slavenhandel omvat volgens het artikel:
‘Iedere handeling van vermeestering, verwerving of overdracht van een persoon, teneinde dezen in slavernij te brengen; iedere handeling van verwerving van een slaaf, teneinde dezen te verkopen of te ruilen; iedere handeling van overdracht bij wijze van verkoop of ruil van een slaaf verkregen teneinde te worden verkocht of geruild, en in het algemeen iedere daad van handel of van vervoer van slaven.’
Het artikel verbiedt aldus het ‘rechtens bezit’ van slaven en de handel hierin. Gelet op het universele karakter van het Verdrag inzake slavernij en de brede acceptatie ervan binnen de internationale gemeenschap geldt het verbod tegenwoordig als dwingend recht (jus cogens).7 Het verdrag wordt in 1953 bij protocol aangepast na de oprichting van de VN.8 De definities in artikel 1 blijven ongewijzigd. Nederland heeft zowel het Slavernijverdrag uit 1926 als het protocol geratificeerd.9 In 1956 volgt het Aanvullend Verdrag tot afschaffing van slavernij, slavenhandel en met slavernij vergelijkbare praktijken.10 Ook bij dit verdrag is Nederland partij.11 Het verdrag geeft geen algemene definitie voor praktijken die vergelijkbaar zijn met slavernij, maar noemt wel als voorbeelden binding door schuld (pandelingschap), lijfeigenschap, gedwongen huwelijk of praktijken waarbij een vrouw of een kind wordt verhandeld aan een ander voor geld. Artikel 1 van het verdrag zet die begrippen verder uiteen.
Onder pandelingschap wordt verstaan:
‘De staat of toestand welke ontstaat doordat een schuldenaar zijn eigen diensten of die van een persoon over wie hij zeggenschap heeft, heeft verbonden als zekerheid voor een schuld, indien de op redelijke wijze vastgestelde waarde van die diensten niet wordt gerekend tot delging van de schuld of indien de duur van die diensten niet beperkt noch hun aard nauwkeurig omschreven zijn’.
Lijfeigenschap houdt in:
‘De staat of toestand van een pachter die krachtens wet, gewoonte of overeenkomst gehouden is op land dat aan een ander behoort, te wonen en te werken en aan die ander bepaalde diensten te verlenen, al of niet tegen vergoeding, en aan wie het niet vrij staat in die rechtstoestand wijzigingen aan te brengen’.
Een gedwongen huwelijk of vergelijkbare praktijken betreft:
‘Elke instelling of praktijk waarbij:
(i) een vrouw, zonder het recht zulks te weigeren, tegen betaling in geld of in goederen door haar ouders, voogd, familie of een andere persoon of groep personen ten huwelijk wordt beloofd of gegeven; of (ii) de echtgenoot van een vrouw, zijn familie of zijn „clan’ het recht heeft haar onder bezwarende titel of anderszins aan een ander over te dragen; of (iii) een vrouw bij de dood van haar echtgenoot door een ander kan worden geërfd.
En elke instelling of praktijk waarbij een kind of jeugdige persoon, jonger dan achttien jaar, door zijn beide natuurlijke ouders of een van hen of door zijn voogd aan een ander wordt overgedragen, al of niet tegen beloning, met het doel het kind of de jeugdige persoon zelf dan wel zijn arbeid te exploiteren.’
De definities in deze anti- slavernij en slavenhandel verdragen worden overgenomen in latere verdragen, in nationaal recht en jurisprudentie.12 Na de inwerkingtreding van de verdragen komt de aandacht voor de traditionele slavernij en slavenhandel op wetgevingsniveau stil te liggen. Het duurt tot de millenniumwisseling voordat de belangstelling in slavernijvormen buíten de seksindustrie (de arbeidsuitbuiting) weer aanwakkert.