Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/7.14.2.1:7.14.2.1 Algemeen
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/7.14.2.1
7.14.2.1 Algemeen
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS582379:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naar Nederlands recht zal de verjaringstermijn van vorderingen tot verkrijging van schadevergoeding wegens schending van het mededingingsrecht niet snel in strijd zijn met het effectiviteitsbeginsel. Een rechtsvordering tot vergoeding van schade verjaart op grond van artikel 3:310 lid 1 $$BW door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgend op die waarop de benadeelde zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden (de korte, subjectieve termijn), en in ieder geval door verloop van twintig jaren na de gebeurtenis waardoor de schade is veroorzaakt (de lange, objectieve termijn).1 De verjaringstermijn gaat lopen ingeval de vordering opeisbaar is. Voor de opvorderbaarheid van (kartel/misbruik)schade is het echter niet noodzakelijk dat de omvang van de schade reeds vaststaat.2 Onder 'bekend is geworden' dient slechts daadwerkelijke bekendheid (subjectief criterium) te worden verstaan, niet wat bekend had moeten zijn (objectief criterium).3
Stuiting van de verjaring van een rechtsvordering tot verkrijging van schadevergoeding wegens schending van mededingingsrecht kan geschieden door het instellen van een eis, alsmede door iedere andere daad van rechtsvervolging (artikel 3:316 lid 1 BW). De verjaring van een rechtsvordering wordt ook gestuit door een schriftelijke aanmaning of door een schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt (artikel 3:317 lid 1 BW) en door erkenning (artikel 3:118 BW). Bij stuiting gaat een nieuwe verjaringstermijn lopen die gelijk is aan de oorspronkelijke, maar niet langer dan vijf jaren (artikel 3:319 lid 1 en 2 BW).