Einde inhoudsopgave
Impassezaken en verantwoordelijkheden binnen het enquêterecht (IVOR nr. 69) 2010/5.4.2.3
5.4.2.3 Verlenging van de geldingsduur van de tijdelijke voorzieningen
mr. F. Veenstra, datum 28-10-2010
- Datum
28-10-2010
- Auteur
mr. F. Veenstra
- JCDI
JCDI:ADS461975:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Vergelijk wat betreft het laatste de opeenvolgende beschikkingen in de procedure inzake Aesculaap Beheer: OK 30 december 2002,ARO 2003, 18; OK 18 december 2003,ARO 2004, 9; OK 22 juni 2004,ARO 2004, 90; OK 22 september 2004,ARO 2004, 121 en OK 26 november 2004,ARO 2004, 146.
Zie onder andere: OK 29 november 2001, rekestnr. 762/2000 OK (Zwagerman Beheer); OK 3 december 2001, rekestnr. 684/00 OK (Gebroeders Langedijk); OK 23 januari 2003,ARO 2003, 30 (Navemar); OK 19 mei 2004,ARO 2004, 81 (Duo Staal); OK 21 april 2006,ARO 2006, 86 (Dolphin Watercompany); OK 2 november 2007,ARO 2007, 182 (Dyna Music Systems); OK 5 juni 2009,ARO 2009, 110 (Cordial Beheer en Registergoederen).
OK 28 mei 2002,ARO 2002, 70, r.o. 3.1 (EMO Groep).
OK 2 mei 1996,JOR 1996, 56 (ITP Holland Beleggingsmaatschappij). Zie voor de voorzieningen die zijn getroffen OK 23 juni 1994,NJ 1995, 456, weergegeven in paragraaf 5.3.2.
De OK bepaalt dat [D] de vennootschap in afwijking van de statuten zal vertegenwoordigen in situaties waarin zij een belangenconflict heeft met [W].
156. In een aantal enquêteprocedures hebben de aandeelhouders na het verstrijken van de geldingsduur van de ingevolge art. 2: 356 BW getroffen voorzieningen met een tijdelijk karakter (nog) geen overeenstemming bereikt over de overdracht van de aandelen respectievelijk andere passende maatregelen om (de gevolgen van) het wanbeleid ongedaan te maken. De Ondernemingskamer verlengt daarom, teneinde partijen ruimte te bieden alsnog tot een minnelijke regeling te komen (dan wel de schadelijke gevolgen ongedaan te maken1), op verzoek van (een van) hen de geldingsduur van deze voorzieningen (art. 2: 357 lid 1 BW).2 Illustratief in dit verband is de procedure inzake EMO Groep. Partijen hebben aan hun gezamenlijke verzoek de benoeming van de commissaris te verlengen, ten grondslag gelegd dat een def initieve oplossing van het geschil kan worden bereikt. Hiertoe dient een bedrijfseconomische herstructurering plaats te vinden van de groep waarvan de vennootschap onderdeel uitmaakt en moeten de statuten van de Stichting AK [W] worden gewijzigd, waarmee nog enige tijd is gemoeid.3
De procedure inzake ITP Holland Beleggingsmaatschappij vertoont een iets ander beeld.4 De omstandigheid dat de verhoudingen tussen de beide 50%-aandeelhouders – ITP Ltd. en (middellijk) [W] – nog steeds ernstig verstoord zijn en het zicht op een minnelijke regeling niet gunstig is, maakt dat verlenging van de certificering van de aandelen gewenst is. De Ondernemingskamer beëindigt evenwel de voorzieningen ten aanzien van het bestuur (de tijdelijke benoeming van [H] als bestuurder naast [W] en de aanstelling van [L] als toezichthouder op het bestuur) en benoemt tijdelijk [D], onder aanpassing van de statuten5, tot commissaris. De stichting AK dient [L] in de plaats van [D] te benoemen tot haar bestuurder. De Ondernemingskamer motiveert overigens niet waarom zij tot de onderhavige stoelendans heeft besloten. Wellicht is een en ander ingegeven door de omstandigheid dat, zo blijkt althans uit de feiten, niet gesteld of gebleken is dat [H] en [W] op enig moment tot gezamenlijke besluitvorming zijn gekomen en dat [H] te kennen heeft gegeven het vertrouwen in [W] te hebben verloren (rechtsoverweging 4.1).