Einde inhoudsopgave
Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden (R&P nr. 173) 2009/3.2.0
3.2.0 Introductie
mr. M.R. Ruygvoorn, datum 09-06-2009
- Datum
09-06-2009
- Auteur
mr. M.R. Ruygvoorn
- JCDI
JCDI:ADS303058:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie evenwel recent nog Van Hooijdonk en Tjittes, 2008, p. 52, waarin zij in zekere zin nog lijken uit te gaan van het bestaan van de driefasenleer en waarbij zij ten aanzien van de daarvan onderdeel uitmakende tweede fase opmerken: 'Het betreft een soort rechtmatige daadsconstructie: het afbreken is rechtmatig mits — kort gezegd — de kosten van de wederpartij worden vergoed. Hier wordt wel gesproken van de tweede fase. In de praktijk is het uiterst onduidelijk wanneer partijen in deze fase zijn beland. In de rechtspraak worden niet of nauwelijks maatstaven genoemd wanneer de tweede fase is bereikt. De rechtspraak is hier een beetje een tombola. De lange duur van de onderhandelingen wordt in ieder geval relevant geacht?'
Op grond van het door de Hoge Raad gemaakte onderscheid tussen de situatie waarin slechts een verplichting tot betaling van kosten bestaat, maar de onderhandelingen kennelijk nog niet-schadeplichtig zouden kunnen worden afgebroken, en de situatie waarin het een partij niet meer vrij staat om de onderhandelingen eenzijdig niet-schadeplichtig af te breken, is in de literatuur de zogenaamde driefasenleer ontstaan. Deze driefasenleer was (en in veel gevallen: is) ingeburgerd geraakt en vele generaties juristen zijn er mee opgegroeid. Inmiddels, zoals ik hierna nader zal toelichten, meen ik dat de driefasenleer (aangenomen dat deze daadwerkelijk de gedachte van de Hoge Raad weerspiegelde) door de Hoge Raad is verlaten, nog los van het feit dat de driefasenleer van meet af aan ten onrechte de indruk heeft gewekt dat sprake zou zijn van fasen in de tijd die elkaar noodzakelijkerwijs en mogelijk zelfs onomkeerbaar op zouden moeten volgen, hetgeen naar mijn oordeel al nimmer een juiste aanname is geweest.1 Alvorens een en ander nader toe te lichten zal ik eerst kort ingaan op de hiervoor genoemde driefasenleer.