Einde inhoudsopgave
Beschadigd vertrouwen 2021/8.5.3.2
8.5.3.2 Beoordeling en evaluatie
G.M. Kuipers MSc, datum 01-09-2021
- Datum
01-09-2021
- Auteur
G.M. Kuipers MSc
- JCDI
JCDI:ADS480910:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Eindejaarsrapportage Onafhankelijke Raadsman 2013; Aardbevingsrisico’s in Groningen 2015; Holsappel 2017; Postmes e.a., Aardbeving en gezondheid 2017; Postmes e.a. 2018.
Jaarverslag Commissie Bijzondere Situaties 2017, p. 15; Jaarverslag Commissie Bijzondere Situaties 2018, p. 16; Jaarverslag Commissie Bijzondere Situaties 2019, p. 17; Jaarverslag Commissie Bijzondere Situaties 2020, p. 19.
Onderzoek naar de tevredenheid 2015, p. 29.
Onderzoek naar de tevredenheid 2015, p. 24.
NAM 17 november 2016.
Zie bijvoorbeeld: Luyendijk, NRC 20 november 2016; Lamme, De Telegraaf 22 november 2016; ‘Groningers claimen immateriële bevingsschade: ‘Het gaat in je lijf zitten’’, De Volkskrant 22 november 2016.
Rb. Noord-Nederland 1 maart 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:715.
Hof Arnhem-Leeuwarden 17 december 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:10717.
Van den Berg & Van der Pol, De Volkskrant 2 maart 2017.
‘De aardbevingsellende vreet letterlijk aan me. Ik ben gewoon 10 kilo afgevallen’, ANP 1 maart 2017; ‘Onbegrijpelijk dat de NAM in cassatie gaat tegen uitspraak over smartengeld voor Groningers’, Groninger Gezinsbode 10 maart 2020.
‘Duizenden Groningers claimen ‘emotieschade’ bij NAM’, RTV Noord 11 december 2018
Verheij, Loth & Van Boom 2019, p. 25.
Verheij, Loth & Van Boom 2019, p. 25.
Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2021, ECLI:NL:PHR:2021:2894.
Miskovic, RTV Noord 10 maart 2021.
Zoals gezegd werd aanvankelijk geen vergoeding voor immateriële schade uitgekeerd, hoewel in verscheidene rapporten werd gesproken over gevoelens van angst en onveiligheid die veel Groningers ervaarden en de psychische of zelfs fysieke gevolgen van deze stress en onzekerheid.1 De Commissie Bijzondere Situaties stelde jarenlang dat immateriële schade in het gebied alsmaar toenam en pleitte voor meer structurele maatregelen.2
In een analyse van de schadeafhandeling door NAM gaven respondenten aan dat zij immateriële schade ondervonden, zowel door de aardbevingen als door het schadeafhandelingsproces. Zij hadden graag een vergoeding voor geïnvesteerde tijd en gezondheidsklachten gezien.3 24% van de respondenten had psychische klachten door het schadeafhandelingsproces.4 NAM stelde, mede in reactie op de rechtszaken, dat zij erkende dat sommige Groningers overlast ervaarden, maar dat deze niet naar de eisen van Nederlands recht voor vergoeding in aanmerking kwam omdat NAM geen rapporten van gespecialiseerde medici had ontvangen.5 In de media werden de rechtszaken tegen NAM over immateriële schade beschreven als een strijd om erkenning.6 Zowel de rechtbank7 als het gerechtshof8 achtten een vergoeding voor immateriële schade voor veel gedupeerde Groningers redelijk, in ieder geval vanwege aantasting in de persoon en in sommige gevallen ook vanwege geestelijk letsel. Groningers voelden zich gesteund door die uitspraken: ze noemden het ‘een grote stap in de goede richting’ en ‘eindelijk erkenning voor alle ellende’.9 Het viel voor gedupeerden zwaar dat NAM in hoger beroep en cassatie ging.10
De rechtszaken leidden tot een verklaring voor recht, maar per geval zou een vergoeding moeten worden bepaald in een schadestaatprocedure. Eind 2018 begonnen daarom zo’n 8.000 Groningers een aanvullende rechtszaak; zij worden bijgestaan door hetzelfde advocatenkantoor als de eerste groep van ruim 120 gedupeerden.11 Dit toont aan dat relatief veel gedupeerden bereid zijn de gang naar de rechter te maken nu gebleken is dat het doorlopen van een schadestaatprocedure tot resultaat zal kunnen leiden.
De adviescommissie immateriële schade constateerde dat ‘smartengeld niet hoog op de prioriteitenlijst lijkt te staan zolang het voortslepen van lopende dossiers de levens en bedrijven van benadeelden ‘in de wachtstand’ houdt’.12 Zij kreeg in gesprekken met gedupeerden niet het idee dat een vergoeding voor immateriële schade in die zin aan een behoefte zou voldoen. Desondanks concludeerde de commissie dat erkenning dermate belangrijk was en welgemeende excuses die goed landen zo ingewikkeld en potentieel ongeloofwaardig zijn gedurende de gaswinning en gebrekkige schadeafhandeling en versterking, dat erkenning nodig was: ‘Wat wij namelijk van vrijwel iedereen hoorden, was dat de gevoelens van onvrede en onlust over de bejegening erkenning verdienen.’13 Hoewel de advocaat-generaal het hof gelijk gaf14 is nog onbekend wat de uitspraak van de Hoge Raad zal zijn, en of deze te rijmen valt met de werkwijze van het IMG. Voorzitter van het IMG Kortmann stelde: ‘Het is vooraf nauwelijks te voorzien hoe mensen op de regeling gaan reageren en in hoeverre we bieden wat ze nodig hebben.’15