Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken
Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/4.3.5:4.3.5 Bewijsmiddelen
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/4.3.5
4.3.5 Bewijsmiddelen
Documentgegevens:
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940495:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In verband met de vrije bewijsleer1 gelden er in beginsel geen beperkingen ten aanzien van de toegestane bewijsmiddelen. Bewijs kan dus met alle mogelijke middelen worden geleverd. Ook bestaat er geen hiërarchie tussen de verschillende bewijsmiddelen.2
In paragraaf 4.3.4.1 is naar voren gekomen dat het bestuursorgaan de verplichting heeft om de aanvrager van een beschikking op aanvraag te wijzen op de bewijsmiddelen waarmee hij aan zijn bewijslast kan voldoen. Bovendien kan het bestuursorgaan een bewijsbeleid voeren, waarin bepaalde bewijsmiddelen verplicht of exclusief worden aangewezen, of juist worden uitgesloten. Een dergelijk beleid staat uiteraard op gespannen voet met de vrije bewijsleer. De bestuursrechtelijke jurisprudentie staat een dergelijke inperking soms toe, in het kader van een effectieve en efficiënte uitvoering van de wet. Bewijsbeleid kan echter evengoed als ongeoorloofd worden beoordeeld door de rechter. Essentieel lijkt te zijn dat het beleid objectief gemotiveerd moet zijn (veelal door te wijzen op de uitvoerbaarheid van de regelgeving) en de grenzen van de redelijkheid niet te buiten mag gaan.3