Einde inhoudsopgave
De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen (VDHI nr. 176) 2022/4.2.4.2
4.2.4.2 Verplicht art. 6 lid 1 onder a Aandeelhoudersrichtlijn tot het toelaten van een stemming?
mr. E.J. Breukink, datum 15-04-2022
- Datum
15-04-2022
- Auteur
mr. E.J. Breukink
- JCDI
JCDI:ADS649906:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Zie A-G Timmerman in punt 4.123 van zijn conclusie voor HR 20 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:652, JOR 2018/142 m.nt. Leijten (Boskalis/Fugro), waarbij hij erop wijst dat in zowel art. 5 lid 4 als art. 6 lid 1 van de Aandeelhoudersrichtlijn wordt gesproken over ontwerpresoluties die ‘ter goedkeuring’ aan de algemene vergadering worden voorgelegd. Ook wijst hij t.a.p. op art. 14 lid 3 Aandeelhoudersrichtlijn dat gaat over stemmingsresultaten en bepaalt dat dit artikel onverlet laat de rechtsregels die lidstaten vaststellen betreffende de formaliteiten waaraan voldaan moet zijn wil een resolutie ‘rechtsgeldig’ worden.
Anders Willems 2017, p. 656; Peters & Eikelboom 2015, p. 409.
Art. 6 lid 1 onder a Aandeelhoudersrichtlijn maakt een onderscheid tussen onderwerpen voorzien van een ontwerpresolutie en onderwerpen voorzien van een motivering. Met A-G Timmerman meen ik dat de in de Aandeelhoudersrichtlijn gebruikte term ‘ontwerpresolutie’ ziet op besluitvorming gericht op het tot stand brengen van rechtsgevolg.1 Met de term wordt niet gedoeld op zoiets als aanbevelende resoluties (beslissingen) die tot stand komen door middel van informele stemmingen. De in de Aandeelhoudersrichtlijn genoemde ontwerpresolutie moet dan ook gekoppeld worden aan die onderwerpen die volgens het nationale recht tot de besluitvormingsbevoegdheid van de algemene vergadering behoren. Zo moet mijns inziens ook het in art. 6 lid 1 onder b Aandeelhoudersrichtlijn genoemde recht worden begrepen: aandeelhouders dienen het recht te hebben met betrekking tot op de agenda voor een algemene vergadering opgenomen of daarin op te nemen onderwerpen ontwerpresoluties in te dienen, voor zover die onderwerpen volgens nationaal recht tot de besluitvormingsbevoegdheid van de algemene vergadering behoren.2 De Aandeelhoudersrichtlijn beoogt immers op nationaal niveau toegekende aandeelhoudersrechten, zoals het stemrecht, te faciliteren en dat nationale stemrecht (zowel formeel als informeel) is beperkt tot onderwerpen waarover de algemene vergadering besluiten kan nemen, tenzij degene die de agenda opstelt anders bepaalt. Naar mijn mening verplicht de Aandeelhoudersrichtlijn de vennootschapsleiding dan ook om een aangedragen onderwerp dat voorzien is van een ontwerpresolutie in stemming te brengen, mits het onderwerp tot de besluitvormingsbevoegdheid van de algemene vergadering behoort. Overigens laat het bovenstaande onverlet dat de opsteller van de agenda er (op verzoek) te allen tijde voor kan kiezen om een stemming toe te staan over een onderwerp dat buiten de besluitvormingsbevoegdheid van de algemene vergadering valt. Het gaat dan om een informele stemming (zie par. 2.2.1.2).
De in art. 6 lid 1 onder a Aandeelhoudersrichtlijn genoemde gemotiveerde punten (de besluitloze agendapunten) dwingen niet tot het toelaten van een stemming over het aangedragen onderwerp. Daarvoor is geen enkele indicatie in (de totstandkomingsgeschiedenis van) de Aandeelhoudersrichtlijn te vinden. De besluitloze punten moeten, anders dan de punten voorzien van een ontwerpresolutie, niet gekoppeld worden aan een bepaald “soort” onderwerp. Zowel onderwerpen die tot de besluitvormingsbevoegdheid van de algemene vergadering behoren, als onderwerpen die buiten die bevoegdheid vallen, kunnen ex art. 6 lid 1 onder a Aandeelhoudersrichtlijn als besluitloos agendapunt (dus een bespreekpunt) worden ingediend. Ter vergadering wordt dan slechts over het onderwerp gediscussieerd (tenzij een ingediende motie in stemming wordt gebracht, waarover par. 2.4.6.3.
Ik kom tot de conclusie dat art. 6 lid 1 onder a Aandeelhoudersrichtlijn verplicht tot het toelaten van een stemming, mits het te agenderen onderwerp onder de besluitvormingsbevoegdheid van de algemene vergadering valt. Het artikel voorziet niet in een verplichting om andere onderwerpen ter stemming op te nemen in de agenda. Die andere onderwerpen moeten op verzoek wel als bespreekpunt op de agenda worden geplaatst.