Conversie en aandelen
Einde inhoudsopgave
Conversie en aandelen (VDHI nr. 149) 2018/14.10.3:14.10.3 Verrekening en koers
Conversie en aandelen (VDHI nr. 149) 2018/14.10.3
14.10.3 Verrekening en koers
Documentgegevens:
mr. P.H.N. Quist, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. P.H.N. Quist
- JCDI
JCDI:ADS367012:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Artikel 6:129 lid 3 BW bepaalt dat, indien voor de bepaling van de werking van een verrekening bij geldschulden een koersberekening nodig is, deze geschiedt volgens dezelfde maatstaven als wanneer op de dag der verrekening wederzijdse betaling had plaatsgevonden. De dag van verrekening geldt dus als de dag van betaling. Deze moet mijns inziens dan ook worden gezien als de dag van storting in de zin van Boek 2 BW. Aangezien artikel 6:129 lid 3 BW van regelend recht is, kan tussen de vennootschap en de aandeelhouder een andere dag van koersberekening worden overeengekomen. Wanneer de koers op de aldus overeengekomen dag afwijkt van de koers van de dag van verrekening volgens de wettelijke regeling, strekt dit ofwel ten nadele van de aandeelhouder (namelijk wanneer de koers van de valuta van de vordering op de vennootschap op de overeengekomen dag van koersbepaling lager was, in welk geval de aandeelhouder moet bijbetalen) of ten nadele van de vennootschap (wanneer de koers van de valuta van de vordering op de vennootschap op de overeengekomen dag van koersbepaling hoger was, in welk geval de aandeelhouder meer op de aandelen heeft gestort dan waartoe hij gehouden was, hetgeen tot een vordering op de vennootschap of een vrij uitkeerbare reserve in de vorm van agio kan leiden). Het bestuur kan naar ik meen niet zonder meer meewerken aan de overeenkomst tussen aandeelhouder en vennootschap omtrent een afwijkende dag van koersberekening die bij voorbaat in het nadeel van de vennootschap is. De vraag die dan beantwoord dient te worden is wat deze afwijkende koersberekening rechtvaardigt. Is er geen rechtvaardiging dan zou geconcludeerd kunnen worden dat ten belope van het betreffende verschil geen storting heeft plaatsgevonden.