Einde inhoudsopgave
Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid (IVOR nr. 106) 2017/4.5.3
4.5.3 De moedermaatschappij als (mede-)beleidsbepaler
mr. C.E.J.M. Hanegraaf, datum 25-06-2017
- Datum
25-06-2017
- Auteur
mr. C.E.J.M. Hanegraaf
- JCDI
JCDI:ADS303644:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. De Savornin Lohman 1998, nr. 76, p. 216 die daarbij verwijst naar de nodige literatuur. Zie ook: Winter 1992, p. 269.
Onder “moedermaatschappij” versta ik – aangezien een wettelijke definitie daarvan ontbreekt – de rechtspersoon vermeld in de aanhef van art. 2:24a BW (welk artikel handelt over de “dochtermaatschappij”).
Zo ook: Van Schilfgaarde 1986, p. 91 en Uniken Venema 1981a, p. 588.
Zo ook: Bartman 1989, p. 105-106. Hij merkt in dit kader op dat formele vennootschappelijke competentie en feitelijke beleidsbepaling geheel verschillende categorieën zijn die elkaar noch insluiten, noch uitsluiten. Ook bij Honée 1986, p. 14 treft men een soortgelijke opvatting aan.
Zie hierover: Bartman 1989, p. 110; Houwen, Schoonbrood-Wessels en Schreurs 1993, p. 864 e.v. en Engwerda, Feteris en Van Muijen 1998.
Zie voor een definitie van dat begrip: art. 2:24a BW.
Zie: MvA 16 631, p. 24; Bundel NV en BV, p. IXs-Art. 138-25; Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009, nr. 465 en Honée 1986, p. 108-109.
De (mede-)beleidsbepaler is mede aansprakelijk voor het tekort in het faillissement veroorzaakt door de onbehoorlijke taakvervulling door het bestuur.
Vgl. MvA II, Bundel NV en BV, p. IXs-Art. 138-25 en Bartman, Dorresteijn en Olaerts 2016, p 272 e.v.
Zie o.a. Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009, nr. 465 alwaar wordt verwezen naar relevante jurisprudentie.
Ook een rechtspersoon kan een (mede-)beleidsbepaler zijn. Niet spoedig wordt echter aangenomen dat een moedermaatschappij een (mede-)beleidsbepaler is.1 Hoofdregel is dat een groepsmaatschappij (en een moedermaatschappij in het bijzonder)2 die binnen de in de praktijk aanvaarde grenzen blijft (handelt binnen de wettelijke en statutaire bevoegdheden) geen (mede-)beleidsbepaler is.3 Dat een persoon naar normen van formele competentie gemeten bevoegd handelt – d.w.z. binnen de haar rechtens toegekende instructiebevoegdheid blijft – sluit echter geenszins uit dat sprake is van zo’n intensieve beleidsbemoeienis dat die persoon tevens geacht wordt een (mede-)beleidsbepaler te zijn.4 De feitelijke omstandigheden zijn daarbij beslissend.
Gelet op het vorenstaande kan onder omstandigheden de moedermaatschappij die geen formeel bestuurder is ook aangemerkt worden als (mede-)beleidsbepaler in de zin van art. 2:138/248 lid 7 BW.5 De rechter zal uiteindelijk dienen te beantwoorden of sprake is van een (mede-)beleidsbepaler. Daarvan zal sprake kunnen zijn wanneer de moedermaatschappij in feite uit hoofde van haar machtspositie de leiding van de dochtermaatschappij6 in handen neemt (anders gezegd: zich direct bemoeit met het bestuur) en rechtstreeks haar wil oplegt aan de formeel bestuurders van die dochtermaatschappij (die dan feitelijk terzijde worden gesteld).7 In een dergelijk geval kan de moedermaatschappij – indien geoordeeld wordt dat sprake is van onbehoorlijk bestuur8 – als (mede-)beleidsbepaler aansprakelijk zijn voor het tekort in de boedel van haar in staat van faillissement verklaarde dochtermaatschappij.9 Aangezien dit onderwerp niet het (directe) onderwerp van dit onderzoek vormt, wordt hier verwezen naar de relevante jurisprudentie en literatuur.10