Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes
Einde inhoudsopgave
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/7.6.1:7.6.1 Het belang van politieke participatierechten
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/7.6.1
7.6.1 Het belang van politieke participatierechten
Documentgegevens:
mr. L.S.A. Trapman, datum 19-02-2024
- Datum
19-02-2024
- Auteur
mr. L.S.A. Trapman
- JCDI
JCDI:ADS947780:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Schumpeter is de bekendste pleitbezorger van deze ‘elitistische’ invulling van het democratieprincipe. Zie hierover Thomassen 1991, p. 187-189.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het belang van vrije meningsvorming vindt zijn basis in het democratieprincipe, dat centraal stond in hoofdstuk 2. In een minimalistische opvatting van de functie van verkiezingen gaat het er slechts om dat het volk bepaalt door wie het geregeerd gaat worden.1 De functie van verkiezingen reikt echter verder dan slechts het bewerkstelligen van een vreedzame machtsoverdracht. Het uitgangspunt is dat burgers een op inhoudelijke overwegingen gestoelde politieke wil formuleren, die zij vervolgens bij de verkiezingen tot uitdrukking brengen. Het kunnen maken van een inhoudelijke keuze draagt bij aan de legitimiteit van het overheidsbeleid en de wetgeving die regering en Staten-Generaal na de verkiezingen tot stand brengen.
Om een inhoudelijke keuze te maken, schiet de enkele toekenning van het kiesrecht tekort. Andere politieke participatierechten – de vrijheid van meningsuiting, de verenigingsvrijheid, enzovoorts – zijn daarvoor onmisbaar. De mogelijkheid tot effectieve politieke participatie vereist dan ook dat deze grondrechten worden gewaarborgd. Zij geven het proces van politieke wilsvorming een zekere minimumkwaliteit. De rechten geven de kiezer de mogelijkheid om van de in de maatschappij wortelende opvattingen kennis te nemen en daarover in discussie te treden, om bij de verkiezingen een rationele en geïnformeerde keuze te kunnen maken. Daarbij zij opgemerkt dat niet alle kiezers in de praktijk daadwerkelijk een op inhoudelijke overwegingen gestoelde keuze maken, zoals het duidelijkst blijkt uit het feit dat niet alle kiesgerechtigde burgers überhaupt een stem uitbrengen. Dat neemt echter het belang van de vrije meningsvorming niet weg, in het kader waarvan vereist is dat kiezers in staat worden gesteld om een rationele en geïnformeerde keuze te maken. De verschillende in de maatschappij wortelende opvattingen moeten tegen elkaar kunnen worden afgezet en ter discussie kunnen worden gesteld. In dat kader is voor de mogelijkheid tot vrije meningsvorming vereist dat er een publiek debat plaatsvindt. Er moet sprake zijn van een publieke sfeer waarin, in de aanloop naar de verkiezingen maar ook daarbuiten, discussie mogelijk is over voorgenomen beleid, de standpunten van verkiezingskandidaten en de meningen van de kiezers. In dit deliberatieve proces kunnen eventuele compromissen worden gesloten, voor- en nadelen tegen elkaar worden afgewogen en onwaarheden worden tegengesproken. De kiezer die een rationele en geïnformeerde keuze wil maken, is in het kader daarvan gebaat bij kloppende en volledige informatie.