Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/3.3.5.1
3.3.5.1 Typen disclaimers in overheidsvoorlichting
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661259:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Voetnoten
Voetnoten
Nationale ombudsman, Digitaal verkeer tussen overheid en burger 2011, p. 26 onderscheidt vier functies van disclaimers. De vierde betreft een disclaimer die onder een emailbericht wordt opgenomen om de vertrouwelijkheid van de inhoud van het bericht te benaderukken.
Geciteerd in OTS, p. 35. Zie ook het statement van SVB over zijn ‘servicegarantie’ via https://www.svb.nl/nl/over-de-svb/hoe-werken-we/onze-servicegarantie (geraadpleegd 7 oktober 2021).
Vgl. Belastingdienst, Bedrijfsplan 2003-2007, onderdeel ‘Oriëntaties’.
Nationale ombudsman, Digitaal verkeer tussen overheid en burger 2011. Het is tevens in lijn met aanbevelingen van de Nationale ombudsman, zie rapport Digitaal verkeer tussen burgers en overheid 2011, p. 21-22. Zie ook de redactie in V-N 1993/2096, 31 (Algemeen. Belastingtelefoon. Belastingfolders. Zelfstandigheid belastinginspecteur): ‘Interessant is, dat het Ministerie van Financiën eind 1992 beslist heeft om in voorlichtingsfolders de tot dan toe gebruikelijke zinsnede “Aan deze publikatie kunnen geen rechten worden ontleend” niet meer te vermelden.’
Nationale ombudsman, Digitaal verkeer tussen overheid en burger 2011, p. 16, 21-22.
De Nationale Ombudsman maakt in het kader van digitale overheidscommunicatie een onderscheid in een aantal typen disclaimers, gerubriceerd naar hun doel.1 Toegepast op aan de burger te verstrekken informatie zijn de volgende typen disclaimers te onderscheiden:
1. Disclaimer met als doel: uitsluiten van aansprakelijkheid. In een disclaimer stelt de afzender niet aansprakelijk te zijn voor het falen van technische middelen. Een dergelijke disclaimer is gericht op het afwijzen of beperken van aansprakelijkheid van de zender voor eventuele technische gebreken.
2. Disclaimer met als doel: voorkomen van gebondenheid. In een disclaimer stelt de zender dat aan de inhoud van de informatie geen rechten kunnen worden ontleend. Een dergelijke disclaimer is gericht op het voorkomen of beperken van gebondenheid aan de inhoud.
3. Proclaimer met als doel: benadrukken van feilbaarheid en beperkte verantwoordelijkheid. In een dergelijke disclaimer wordt niet zozeer aansprakelijkheid en/of gebondenheid afgewezen, maar wordt de nadruk gelegd op hetgeen waarvoor de zender verantwoordelijkheid draagt (zoals de inhoud van de eigen informatie) en beperkingen op dat punt (zoals niet instaan voor de inhoud van informatie in andere bronnen, waarnaar de informatie verwijst).
Een voorbeeld van een proclaimer waarin de nadruk wordt gelegd op de verantwoordelijkheid van de zender bij feilbare informatie biedt het onderstaande statement van de Australische Belastingdienst:
‘We are committed to providing accurate, consistent and clear advice and guidance to help you understand your rights and obligations. If you follow any of our advice or guidance and it turns out to be incorrect, or you make a mistake because it was misleading, we will take this into account when determining what, if any, action we should take.’2
Voor zover mij bekend, hanteert de Belastingdienst niet een dergelijke proclaimer op bijvoorbeeld zijn website.
Gebruikt de Belastingdienst disclaimers? Voor zover mij bekend is op de website van de Belastingdienst geen algemene disclaimer opgenomen.3 Dat past in het algemene overheidsbeleid om na 2010 geen disclaimers meer te gebruiken op websites van de overheid.4 De gedachte daarbij is, zo laten de aanbevelingen van de Ombudsman zien, dat disclaimergebruik niet behoorlijk is en burgers mogen vertrouwen op de inhoud van (digitale) informatie van de overheid.5 Hierin ligt de aanname besloten dat voorlichting juist en betrouwbaar is (paragraaf 3.3.6). Overigens laat de huidige stand van de rechtspraak zien dat burgers als uitgangspunt niet een in rechte te beschermen vertrouwen aan voorlichting kunnen ontlenen (paragraaf 4.3, 4.7, 6.2). Dat staat dus op gespannen voet met de norm van betrouwbaarheid.