De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/6.6.4:6.6.4 Examinering en beoordeling
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/6.6.4
6.6.4 Examinering en beoordeling
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949528:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wie in de verschillende onderwijssectoren het examen afneemt en beoordeelt, verschilt per sector. In het voortgezet, middelbaar beroeps- en het hoger onderwijs wordt het examen afgenomen door een examinator. De examinator in het hoger onderwijs heeft een eigen bevoegdheid om een het examen af te nemen en te beoordelen, de examinator in het middelbaar beroepsonderwijs neemt het examen af namens de examencommissie en de examinator in het voortgezet onderwijs beoordeelt het examen samen met een gecommitteerde wanneer het een centraal examen betreft. Bij het centraal examen in het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs vindt de beoordeling plaats op basis van door het CvTE opgestelde beoordelingsnormen. In het hoger onderwijs hanteert de examinator zijn eigen beoordelingsnormen. Ten slotte is in het primair onderwijs bepaald dat de doorstroomtoets wordt afgenomen door de betreffende school en beoordeeld door de toetsaanbieder. Het schooladvies wordt vastgesteld door het bevoegd gezag en kan door hem naar boven worden bijgesteld naar aanleiding van de resultaten van de doorstroomtoets. Wie de examinator is of door wie het bevoegd gezag het examen moet laten beoordelen maakt de wetgever in de meeste onderwijssectoren niet duidelijk. Met uitzondering van de eindtoets, kan evenwel aangenomen worden dat dit in de praktijk de leraar is die het betreffende onderwijs verzorgt. Hij is immers bij uitstek deskundig om het examen te beoordelen waarvoor hij het onderwijs heeft gegeven.