Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/10.5.4.3:10.5.4.3 Massaclaims uit andere landen (niet-lidstaten)
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/10.5.4.3
10.5.4.3 Massaclaims uit andere landen (niet-lidstaten)
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS574024:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De erkenning en tenuitvoerlegging van een op een schending van het mededingingsrecht gebaseerde massaclaim uit een niet-lidstaat dient beoordeeld te worden aan de hand van het commune ongeschreven IPR dat tot ontwikkeling is gekomen aan de hand van artikel 431 Rv. Zie mijn bespreking betreffende het commune IPR in § 10.5.2.
Uit mijn bespreking in § 10.5.2 bleek dat een vreemd vonnis in het algemeen erkend wordt ingeval aan drie minimumvereisten is voldaan.1 Ten eerste dient de buitenlandse rechter bevoegd te zijn geweest om van de zaak kennis te nemen. De vreemde rechter dient zijn rechtsmacht te hebben aangenomen op een internationaal algemeen aanvaarde grond (het Nederlands internationaal bevoegdheidsrecht of het internationaal bevoegdheidsrecht van de vreemde rechter speelt hierbij dus geen rol).2 Ten tweede dient het vreemde vonnis tot stand te zijn gekomen na een behoorlijke rechtspleging (waarbij het eigen recht dienst doet als maatstaf). Ten derde mag het buitenlands vonnis niet in strijd zijn met de openbare orde. Indien niet aan deze drie cumulatieve eisen wordt voldaan, wordt het vreemde vonnis niet erkend.
Voor wat betreft de tenuitvoerlegging verwijs ik naar mijn bespreking in § 10.5.2.2. Onder het commune recht wordt de tenuitvoerleggingregeling van een op een schending van het mededingingsrecht gebaseerde massaclaim beheerst door artikel 431 Rv. Een buitenlands veroordelend vonnis kan zonder wet of verdrag niet in Nederland ten uitvoer worden gelegd. Het feit dat het vonnis wel voor erkenning in aanmerking komt, doet hier niet aan af. Voor de tenuitvoerlegging van een op een schending van het mededingingsrecht gebaseerde massaclaim die is toegewezen door de buitenlandse rechter, zal de zaak opnieuw bij de Nederlandse rechter moeten worden aangebracht om een executoriale titel te verwerven. Indien aan de drie bovenstaande eisen voor erkenning wordt voldaan, hoeft de zaak niet opnieuw ten gronde te worden behandeld maar wordt de laedens veroordeeld tot datgene waartoe in het vreemde vonnis is besloten.3 In die gevallen waarbij tenuitvoerlegging van een op grond van een schending van het mededingingsrecht toegekende buitenlandse massaclaim op grond van een verdrag mogelijk is, dient bij verzoekschrift verlof van de rechter te worden verkregen (exequatur). Zie hiervoor de artikelen 985-994 Rv.