Speaking the same language
Einde inhoudsopgave
Speaking the same language (AN nr. 181) 2023/3.3.3.1.2:3.3.3.1.2 Aanwijzing begunstigde of omschrijving doel
Speaking the same language (AN nr. 181) 2023/3.3.3.1.2
3.3.3.1.2 Aanwijzing begunstigde of omschrijving doel
Documentgegevens:
mr. K.R. Filesia, datum 25-09-2023
- Datum
25-09-2023
- Auteur
mr. K.R. Filesia
- JCDI
JCDI:ADS717423:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een ander materieelrechtelijk vereiste dat de wet aan de totstandkoming van de Curaçaose trust stelt, is dat de trustakte de aanwijzing van een begunstigde of een bepaald doel dient te bevatten.1 De Curaçaose wetgever heeft kennelijk geen rekening gehouden met de situatie waarin een insteller opteert voor de instelling van een trust waarbij de aanwijzing van begunstigden geschiedt op een later tijdstip door de trustee uit hoofde van de aan hem toegekende discretionaire bevoegdheden, de zogenoemde ‘discretionary’ trust.2 In een dergelijk geval zijn er op het tijdstip van de instelling vanwege het karakter van de trust geen begunstigden, dan wel heeft nog geen aanwijzing van begunstigden plaatsgevonden. Het behoeft derhalve geen betoog dat de eis tot aanwijzing van een begunstigde in de trustakte op het moment van instelling tot praktische problemen leidt.3
Voorts miskent de Curaçaose wetgever naar mijn mening – in tegenstelling tot het Anglo-Amerikaanse trustrecht – het feit dat de bepaalbaarheid van begunstigden onmisbaar is. De memorie van toelichting zwijgt hierover en het is mij thans een mysterie waarom het Curaçaose trustrecht geen eisen stelt aan de bepaalbaarheid van begunstigden. Indien niet met voldoende zekerheid kan worden bepaald welke personen als begunstigde kunnen worden aangewezen, dan wel welke personen tot de groep der potentiële begunstigden behoren, wordt de werking van de trust belet. Zonder vastlegging van deze regel in de wet, zou bij onduidelijkheden hieromtrent niet duidelijk zijn welke personen de rechten en bevoegdheden die aan een (potentiële) begunstigde toekomen, hebben verworven. In dat soort gevallen is de totstandkoming van de trust nietig. Naar ik meen is het wenselijk om een dergelijk vereiste expliciet in de wet op te nemen. Ingeval een ‘fixed’ trust is ingesteld, moet op duidelijke en ondubbelzinnige wijze uit de trustakte blijken wie als begunstigde is aangewezen. Is er sprake van een ‘discretionary’ trust, dan moeten specifieke criteria c.q. kenmerken in de trustakte worden opgenomen, aan de hand waarvan met zekerheid kan worden bepaald of een persoon kwalificeert als begunstigde c.q. behoort tot de groep of categorie der potentiële begunstigden. Voor wat betreft de instelling van een trust ter verwezenlijking van een bepaald doel, moet eveneens duidelijk zijn hetgeen precies met de trust wordt beoogd. Voor de problemen die in het bovenstaande zijn aangekaart, wordt een aantal oplossingen in paragraaf 4.3.2 besproken.