Einde inhoudsopgave
E-arbitrage (BPP nr. VI) 2009/6.3
6.3 WIPO Domeinnaamgeschillen; UDRP
Mr. J.P. Fokker, datum 04-05-2009
- Datum
04-05-2009
- Auteur
Mr. J.P. Fokker
- JCDI
JCDI:ADS394325:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Het hierna volgende is ontleend aan het Eindrapport Domeinnaamdebat 2006 van de Stichting Internet Domeinnaamregistratie Nederland (SIDN - www.sidn.nl).
Zie mr. drs. T.J.M. de Weerd en dr. mr. R.W. van Kralingen: De WIPO Domeinnaamarbitrage-procedure, Computerrecht 2001/5, p. 253 e.v. Voorts: mr. H.W. Wefers Bettink: On-line-arbitrage en het voorstel voor een nieuwe Arbitragewet, TvA/2005, Special Voorstellen Herziening Arbitragerecht en 'ADR voor domeinnaamgeschillen: een lichtend voorbeeld?' TvA 2006/3, p. 81 e.v.
In een White Paper van het United States Department of Commerce (Management of Internet Names and Adresses, te vinden op http:/www.ICANN.org/general/white-paper-05jun98.htm) wordt voorgesteld een non-profit organisatie op te richten die zich bezighoudt met de technische coordinatie van het internet.
http:Jfwww.ICANN.org.
In 2001 heeft WIPO op verzoek van ICANN een tweede rapport uitgebracht over de vraag of de grondslag zou moeten worden uitgebreid tot bijvoorbeeld vorderingen op grond van handels-naamrecht, maar de conclusie was dat er nog te grote verschillen bestonden om algemeen aanvaardbare criteria te formuleren voor handelsnaaminbreuk of andere onrechtmatig handelen. Zie: The recognition of rights and the use of names in the internet domain name system, Report of the Second WIPO Internet Domain Name process, September 3, 2001, zie http:Jfarbiter. wipaint/process2/report/Mml/report.html.
www.wipoint/amc/en/domains/guide/indez.html.
Zie de 'Rules': http://www.icann.org/udrp-rules.
H.W. Wefers Bettink, p. 18.
Als hét voorbeeld van on-line-geschilbeslechting (de methode van geschilbeslechting die geheel met elektronische communicatiemiddelen, met name via e-mail en website wordt uitgevoerd) wordt wel genoemd de beslechting van domeinnaamgeschillen door middel van de Uniform Dispute Resolution Policy (UDRP).
Voor alle duidelijkheid: de UDRP is géén arbitrageregeling.
Wel heeft in Nederland een arbitrageregeling bestaan die is geïnspireerd door de UDRP. Deze is intussen vervangen door een 'geschillenregeling', waarover meer in 6.4.
Domeinnamen1 hebben een belangrijke functie in het internetverkeer. Door middel van domeinnamen kan op een makkelijke manier contact worden gelegd met computers, websites en elektronische postbussen van instellingen, bedrijven en individuele personen. Via de domeinnaam kan men bijvoorbeeld de site van een bedrijf bereiken en vervolgens informatie opvragen, een catalogus bekijken, advertenties opgeven, financiële transacties verrichten en bestellingen doen. Domeinnamen vormen een soort handvat op het internet. De oorsprong van de domeinnaam ligt bij een uniek nummer dat elke computer op internet heeft. Dat nummer heet IP-adres (Internet Protocol) en bestaat uit een combinatie van cijfers. Omdat woorden (bijvoorbeeld www.sidn.nl) makkelijker zijn te onthouden dan cijfers, is ervoor gekozen deze nummers te vertalen naar namen. Die namen worden in een Domain Name Server terugvertaald naar nummers. Iedere domeinnaam is opgebouwd uit minimaal twee onderdelen. De meest rechtse component wordt het 'top level domein' of TLD genoemd. De country code top level domain names (ccTLD's) verwijzen naar landen, zoals .nl voor Nederland, .be voor België of .lu voor Luxemburg.
Over zowel de UDRP als de Nederlandse arbitrageregeling nu iets meer.
Eerst de UDRP. Met de explosieve groei van het aantal geregistreerde domein-namen is ook het aantal geschillen over domeinnamen sterk toegenomen.2
Een groot aantal geschillen heeft betrekking op het zogemaande 'domain grabbing' of 'cybersquatting', waarbij een domeinnaam wordt geregistreerd door een (rechts-)persoon met als voornaamste doel het verkopen van de domeinnaam dan wel het profiteren van de bekendheid van een in een dergelijke domeinnaam vervatte merknaam van een ander. Dit fenomeen stak na de introductie van het World Wide Web de kop op en wordt veroorzaakt door het principe dat een domeinnaam wordt uitgegeven aan de eerste aanvrager daarvan. Dit heeft ertoe geleid dat derden domeinnamen, soms in grote aantallen, met een bekend merk of een bekende naam registreerden, in de verwachting deze later voor veel geld te kunnen verkopen aan de merkhouder. Procederen daarover is vaak niet eenvoudig, zeker niet als de houder van de domeinnaam is gevestigd in een ander land dan degene die beweert dat op zijn rechten inbreuk wordt gemaakt.
Het internet is ontstaan uit een netwerk dat in de jaren zestig van de vorige eeuw met financiering door overheden is opgezet. Het is begonnen op Amerikaanse universiteiten, betaald door het Amerikaanse ministerie van Defensie. Later kregen ook universiteiten uit andere Westerse landen toegang tot dit systeem. Nederland is sinds 1986 met het internet verbonden. De zeggenschap over het internet is steeds in Amerikaanse handen gebleven en was toebedeeld aan het Department of Commerce. Om het beslechten van domeinnaamgeschillen op een uniforme, snelle en efficiënte wijze te laten verlopen heeft dit ministerie in 1998 een overeenkomst gesloten met de Internet Corporation for Assigned Names and Numbers (ICANN). ICANN, destijds op initiatief van de Amerikaanse overheid in het leven geroepen door vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven, de universitaire wereld en internetgebruikers, is de internationale non profit-organisatie die onder meer verantwoordelijk is voor de technische coordinatie van het internet3
Deze organisatie heeft een geschilbeslechtingsysteem in het leven geroepen: de Uniform Domain Name Dispute Resolution Policy (UDRP).4 Dit is gebeurd op basis van een rapport van de World Intellectual Property Organization (WIPO), getiteld 'The management of Internet names and addresses: intellectual property issues'.
ICANN heeft de UDRP opgenomen in haar contracten met de beheerders (de zogenaamde Registries) van .com en .org en .net, die de uitgifte van domeinnamen van deze extensies beheren. Zij worden aldus verplicht de geschillenregeling op te leggen aan alle houders van door hen uitgegeven domeinnamen. De Registries hebben vervolgens in de voorwaarden voor het aanvragen en houden van een domein-naam met ingang van 1 december 1999 de verplichting voor de betrokken domein-naamhouders opgenomen zich te onderwerpen aan de UDRP, indien een derde jegens hen op basis van de UDRP een geschil aanhangig maakt.
De UDRP is nu van toepassing op geschillen over domeinnamen, in hoofdzaak betreffende .com, .net en .org domeinnamen, maar inmiddels ook betreffende een aantal andere generic top level domains (gTLD's, zoals .biz en .info) en een aantal 'nationale' top level domains (country code top level domains of ccTLD's, zoals .nu en .tv). Toepasselijkheid van de UDRP wordt gerealiseerd door verwijzing in de overeenkomst die de aanvrager van een domeinnaam sluit met de instantie die de desbetreffende domeinnamen uitgeeft. Inmiddels is de UDRP door meer dan 22 landenextensies, waaronder .au (Australië), .fr. (Frankrijk) en .ch (Zwitserland), overgenomen over de door hen beheerde domeinnamen. In een aantal landen zijn varianten ontwikkeld. In het Verenigd Koninkrijk is een vorm van mediation als voorfase ingevoerd.
ICANN heeft een aantal 'dispute resolution providers' aangewezen, waaronder WIPO. WIPO heeft sinds december 1999 tot februari 2005 ruim 6750 zaken afgehandeld, waarvan ongeveer 20% is ingetrokken, meestal nadat een schikking was bereikt; van de overige gevallen eindigde ruim 80% in een bevel tot overdracht of doorhaling van de domeinnaam. De beheerders van de aangesloten gTLD's en ccTLD's hebben zich contractueel tegenover ICANN verbonden de beslissing uit te voeren, zodat tenuitvoerlegging is gewaarborgd.
De UDRP is, het zij herhaald, geen arbitrage, maar naar Nederlandse begrippen een vorm van niet bindend advies. De UDRP is beperkt tot geschillen over merkenrecht. De reden van deze beperking is dat internationaal een vrij vergaande overeenstemming bestaat tussen de nationale regelingen ter bescherming van merken. Maar als het gaat om geschillen over handelsnamen of het tegengaan van ander onrechtmatig handelen met betrekking tot onderscheidingstekens bestaat die internationale overeenstemming niet, vandaar de beperking.5 De kosten bedragen 1500 US dollar (500 voor WIPO en 1000 voor één panelist) bij een geschil over 1-5 domeinnamen dat door één panelist wordt behandeld en lopen op tot enige duizenden dollars naarmate het om meer domeinnamen en/of drie panelists gaat. Advocaatkosten zijn daarbij niet inbegrepen.6
De toepasselijke regels bepalen dat de beslissing niet wordt ten uitvoer gelegd als een der partijen binnen tien werkdagen na de bekendmaking van de uitspraak de beheerder van het desbetreffende domeinnaamregister op de hoogte stelt van het feit, onder overlegging van bewijs dat hij bij de rechter een procedure aanhangig heeft gemaakt over de kwestie.7 Hiervan wordt sporadisch gebruik gemaakt, vermoedelijk omdat in het grootste gedeelte van de gevallen het gaat om duidelijke inbreuken.8
Behalve dat een beslissing onder de UDRP partijen niet bindt en partijen het geschil naderhand dus weer aan de rechter kunnen voorleggen is een ander verschil met arbitrage, dat de verplichting zich aan de UDRP te onderwerpen alleen geldt voor de domeinnnaamhouder. Deze verplichting is niet gebaseerd op een overeenkomst tussen partijen, maar op de registratieovereenkomst tussen de domeinnaamhouder en de betrokken Registry. Een ander verschil is dat de UDRP het materiële recht bevat op basis waarvan de geschillen moeten worden beoordeeld. Ook kan slechts een tweetal vorderingen worden ingediend: doorhaling of overdracht van domeinnamen. Zo zijn er meer verschillen9, zoals de benoeming van de Panelist die het geschil behandelen en de rol van de Administrator.
Ook al gaat het niet om arbitrage, toch is het interessant bij deze vorm van geschil-beslechting stil te staan, omdat het een goed voorbeeld is van een alternatieve regeling tot beslechting van geschillen, die vrijwel geheel per e-mail verloopt. Wefers Bettink acht de UDRP een ideaal voorbeeld voor toekomstige on-line-geschillenbeslechting, terwijl hij meent dat in arbitrage op procedureel terrein vermoedelijk het een en ander kan worden overgenomen. Hij heeft daarbij het oog op de transparantie van de procedureregels, de voorgeschreven termijnen, het consequent hanteren van regels en termijnen en het grotendeels elektronische afwikkelen van de correspondentie en de stukkenwisseling. Dat kan volgens hem leiden tot een verlaging van de drempel naar arbitrage en, nog belangrijker, een gegarandeerde verkorting van de procedure. Terecht wijst hij erop dat iedereen, ook de arbiters zelf, gebaat zijn bij een snelle en effectieve oplossing van juridische geschillen, ongeacht hun aard.