Einde inhoudsopgave
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/14.3.5
14.3.5 Uitkeringen uit het APV
Mr. dr. A.E. de Leeuw, datum 29-02-2020
- Datum
29-02-2020
- Auteur
Mr. dr. A.E. de Leeuw
- JCDI
JCDI:ADS232984:1
- Vakgebied(en)
Vermogensbelasting (V)
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie hiervoor paragraaf 14.4.2.
Hierbij merk ik op dat zich, als gevolg van de toerekeningsuitzondering van artikel 2.14a lid 7 Wet IB 2001, de situatie kan voordoen dat het vermogen niet wordt toegerekend voor inkomstenbelastingdoeleinden (die hiervoor nader paragraaf 14.3.4). In dat geval is het APV echter zelf belastingplichtig (in Nederland of elders) en kan de uitkering dus bij het APV zelf tot belastingheffing leiden.
Kamerstukken II vergaderjaar 2008/09, 31 930 nr. 9, pagina 46, Kamerstukken II vergaderjaar 2009/10, 31 930, nr. 38, pagina’s 14 en 16 (bijlage 2), en Kamerstukken I vergaderjaar 2009/10, 31 930, nr. D, pagina’s 21 en 37.
Aangezien het APV-vermogen voor inkomstenbelastingdoeleinden wordt toegerekend aan de inbrenger, leidt de uitkering hiervan aan de inbrenger uiteraard niet tot verschuldigdheid van inkomstenbelasting. Dit kan echter anders zijn indien sprake is van meerdere inbrengers en één van hen vermogen krijgt uitgekeerd dat (deels) wordt toegerekend aan een of meer anderen. In dat geval kan sprake zijn van een belaste vervreemding, bijvoorbeeld als de uitkering betrekking heeft op aanmerkelijkbelangaandelen. Een voorbeeld van een uitkering met meerdere inbrengers is besproken in paragraaf 14.3.2.6.
Ook bij één inbrenger kan een uitkering door het APV aan een ander dan degene aan wie het desbetreffende vermogen wordt toegerekend echter, naast de heffing van schenkbelasting,1 tot de heffing van inkomstenbelasting leiden, afhankelijk van de aard van het vermogen. Als het desbetreffende vermogen in box 1 valt (in een inkomenscategorie waarin vervreemdingswinsten belast zijn, zoals resultaat uit overige werkzaamheden) of in box 2, dan leidt vervreemding hiervan tot belastingheffing over de eventuele meerwaarde bij degene aan wie het vermogen wordt toegerekend.2 Dit past overigens in de parallel die getrokken wordt met de situatie waarin de inbreng niet heeft plaatsgevonden: als de inbrenger in die situatie het desbetreffende vermogen had geschonken, had dit eveneens tot een (belaste) vervreemding geleid. Het voorgaande laat uiteraard onverlet dat in voorkomend geval faciliteiten, zoals de doorschuiffaciliteit voor aanmerkelijkbelangaandelen, van toepassing kunnen zijn.3