Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/3.2.8.6
3.2.8.6 Verzekering van de onderzoeker
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652365:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Kamerstukken II 2010/11, 32887, 3, p. 35-36; Kamerstukken II 2011/12, 32887, 6, p. 26.
Koburg 2010, p. 41-42.
Van Emden & De Haan 2014, p. 138.
Glasz, Beckman & Bos 1994, p. 348; Vroom 2001, p. 38 en p. 40; Fransen van de Putte 2004, p. 497; Heuts 2005, p. 45; De Kort-de Wolde & Potjewijd 2005, p. 279; Hendriksen & Kalff 2008, p. 104; Hendrikse & Van den Heuvel 2009, p. 128; Weterings 2010, p. 168; Wezeman 2010a, p. 70; Weterings 2011, p. 572; Eshuis e.a. 2012, p. 44; Van Abeelen & Weterings 2013, p. 38; Schreurs 2013, p. 1-2; Sinninghe Damsté 2015, p. 172-173; Van Asch 2016, p. 61; Croiset van Uchelen 2016, p. 16; Hendrikse 2017, p. 355. Mij zijn geen D&O-verzekeringen bekend die enkel de kosten van verweer dekken, zie ook Glasz, Beckman & Bos 1994, p. 349 en p. 359.
Art. 3.3 Rimari-polis en art. 25.2 Rimari-polis, n.g.
HR 30 mei 1975, NJ 1976/572, m.nt. B. Wachter (Bierglas).
Glasz, Beckman & Bos 1994, p. 362; Weterings 2010, p. 162.
OK 19 juli 2001, kenbaar uit Onderzoeksverslag HBG, p. 5-6 (onder 1.8) (HBG). Zie hierover ook NRC 7 augustus 2001; Geerts (onder 3) in zijn annotatie bij OK 29 november 2001, Ondernemingsrecht 2002/2 (Zwagerman); Holtzer 2002, p. 36-38; Josephus Jitta 2002a, p. 107, voetnoot 12; Van Solinge in zijn annotatie bij HR 4 oktober 2002, Ondernemingsrecht 2002/60 (Zwagerman); Holtzer 2003, p. 266; Van Solinge 2003, p. 4-5.
Zie ook Holtzer 2003, p. 265.
Zie over de achtergrond waartegen de Rimari-polis tot stand kwam Van Hassel 2015, p. 171-173; Witteveen 2022, p. 1513 e.v. De mogelijkheid van een collectieve aansprakelijkheidsverzekering voor onderzoekers werd in de literatuur eerder al bepleit, zie bijv. NautaDutilh 2009, p. 10; Van Hassel 2009, p. 5; Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht 2010, p. 4; Van Solinge 2010, p. 2.
Volgens Van Solinge, p. 527 in zijn annotatie bij HR 4 oktober 2002, Ondernemingsrecht 2002/60 (Zwagerman); Hermans 2003, p. 152; Geerts 2004, p. 185, voetnoot 195 bieden de beroepsaansprakelijkheidsverzekering en D&O-polis veelal dekking. Zie ook Blanco Fernández, Holtzer & Van Solinge 2004, p. 24; Van Bekkum 2022, p. 646; Witteveen 2022, p. 1514.
Blanco Fernández, Holtzer & Van Solinge 2004, p. 24; Bekkers 2005, p. 65.
Evenals een vrijwaring (par. 3.2.8.5) kan een aansprakelijkheidsverzekering de financiële gevolgen van aansprakelijkheid voor OK-functionarissen wegnemen. Deze verzekering kan ook een rechtsbijstandverzekering omvatten, en daarnaast dekking bieden voor kosten van verweer.1 Aansprakelijkheidsverzekeringen bieden doorgaans dekking voor de kosten van verweer.2 Dat geldt ook voor de hierna te bespreken beroepsaansprakelijkheidsverzekering,3 D&O-verzekering4 en Rimari-polis.5
Opzettelijk veroorzaakte schade – daaronder begrepen met opzet als oogmerk en opzet als zekerheidsbewustzijn – is nooit gedekt onder een aansprakelijkheidsverzekering. Een verzekering daarvoor zou in strijd komen met de openbare orde en goede zeden (art. 3:40 BW).6 Aansprakelijkheid op grond van bewuste roekeloosheid en (anderszins) verwijtbaar handelen is wel verzekerbaar.7 Is de onderzoeker gehouden tot schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad, dan is de verzekeraar dus niet gehouden tot schadevergoeding bij door de onderzoeker opzettelijk veroorzaakte schade. Anders is dat voor handelen van de onderzoeker met kennelijk grove miskenning van hetgeen een behoorlijke taakvervulling meebrengt, dat wil zeggen bewuste roekeloosheid (art. 2:351 lid 5 BW; par. 3.2.3.2.2).
In een enkel geval, HBG, heeft de Ondernemingskamer de onderzoeker uitdrukkelijk toegestaan op kosten van de rechtspersoon een aansprakelijkheidsverzekering af te sluiten.8 Doorgaans brengt de Ondernemingskamer echter niet tot uitdrukking dat de onderzoeker de mogelijkheid heeft op kosten van de rechtspersoon een aansprakelijkheidsverzekering af te sluiten. De bevoegdheid van de onderzoeker tot het afsluiten van een aansprakelijkheidsverzekering moet denk ik worden begrepen steeds te zijn gelegen in zijn benoeming.
Voor de onderzoeker bestaan drie verzekeringsmogelijkheden:9 een bestaande beroepsaansprakelijkheidsverzekering voor onderzoekers, tevens advocaat of accountant, een D&O-polis voor onderzoekers, tevens bestuurder of commissaris, of de voor onderzoekers door de Stichting Rimari in samenwerking met Aon ontwikkelde polis (‘Rimari-polis’).10 Het staat de onderzoeker mijns inziens in beginsel vrij voor ieder van deze verzekeringsmogelijkheden te kiezen. Als een bestaande polis evenwel voldoende dekking biedt, is het niet redelijk een tweede verzekering af te sluiten.11 In de literatuur wordt ook wel een op de onderzoeker rustende verplichting tot verzekering verdedigd.12 Anders dan de Rimari-polis voor OK-functionarissen (par. 5.2.7.6) bevat de Rimari-polis voor onderzoekers geen faillissementsuitsluiting. Zou de rechtspersoon waarnaar de onderzoeker een onderzoek verricht failleren, dan biedt de Rimari-polis onverminderd dekking.