Einde inhoudsopgave
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/10.3.1
10.3.1 Inleiding
mr. K. Spruitenburg, datum 01-08-2018
- Datum
01-08-2018
- Auteur
mr. K. Spruitenburg
- JCDI
JCDI:ADS381857:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Wet van 10 september 1970, Stb. 1970, 411. In werking getreden op 1 januari 1971.
Bij de wet van 6 december 2001, Stb. 2001, 581, in het kader van de herziening van het burgerlijk procesrecht, is de bevoegdheid van de A-G een onderzoek te vorderen vervangen door de bevoegdheid een onderzoek te verzoeken. Bij de Wet herziening gerechtelijke kaart van 12 juli 2012, Stb. 2012, 313 (in werking getreden op 1 januari 2013, Stb. 2012, 314) zijn de woorden ‘de advocaat-generaal bij het gerechtshof te Amsterdam’ in art. 2:345 lid 2 BW vervangen door ‘de advocaat-generaal bij het ressortsparket’. Zie hierover minister Opstelten in Kamerstukken II 2010-2011, 32 891, nr. 3 (MvT), p. 32: “De afzonderlijke ressortparketten (thans vijf) worden als gezegd samengevoegd tot één (landelijk) ressortparket. Dit is het formele sluitstuk van de ontwikkeling die binnen het openbaar ministerie in gang is gezet naar de zgn. landelijke ressortelijke organisatie, waarin het openbaar ministerie de krachten heeft gebundeld. De wettelijke aanduiding zal zijn het ressortparket”.
Wet van 19 april 1999 tot wijziging van de Wet op de rechterlijke organisatie en andere wetten,Stb. 1999, 194. In werking getreden op 1 juni 1999.
De A-G bij het ressortsparket kan op grond van art. 2:345 lid 2 BW ‘om redenen van openbaar belang’ een enquête verzoeken naar het beleid en de gang van zaken van een rechtspersoon. Deze bevoegdheid is in 1971 aan de procureur-generaal (P-G) bij het gerechtshof te Amsterdam toegekend.1 De regeling was destijds opgenomen in art. 53 Wvk, waarin nog werd gesproken over de vordering van de P-G bij het gerechtshof Amsterdam.2 In 1999 zijn de bevoegdheden genoemd in art. 2:345 lid 2 BW, 2:355 lid 1 BW en art. 999 lid 1 Rv in het kader van een reorganisatie van het OM toegekend aan de A-G bij het ressortsparket.3 Ik spreek in dit hoofdstuk – behoudens citaten – gemakshalve verder over de A-G, ook met betrekking tot de periode vóór 1999.