Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/17.3.3.1:17.3.3.1 Inleiding
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/17.3.3.1
17.3.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS492261:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Fiscale jurisprudentie waarin wordt gekomen tot bewijsuitsluiting vanwege schending van het boeterechtelijk zwijgrecht en/of de cautieplicht ex art. 5:10a Awb door de inspecteur, ontbreekt bij mijn weten. Die is ook niet snel te verwachten. Evenals geldt voor het fiscaal zwijgrecht in art. 67j AWR (oud), is het toepassingsbereik van dit recht zo beperkt, dat het nauwelijks betekenis heeft voor fiscale boetezaken.1 Of, en zo ja welke gevolgen de belastingkamer van de HR verbindt aan schending van het boeterechtelijk zwijgecht en/of de cautieplicht door de inspecteur, is dus niet duidelijk. Ik wil niet uitsluiten dat de belastingkamer van de HR de andere hoogste bestuursrechters zal volgen en bewijsuitsluiting afhankelijk zal stellen van de omstandigheden.2 Temeer nu deze lijn al langer gemeengoed is in de strafrechtspraak.3