Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/380
Witwassen. Geldboete die (mede) strekt tot ‘afroming’ van het door de verdachte verkregen voordeel.
HR 13-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:179
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 februari 2026
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, C.N. Dalebout, T.B. Trotman, F. Posthumus, R. Kuiper
- Zaaknummer
24/00336
- Conclusie
A-G mr. D.J.C. Aben
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:179, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑02‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:875, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑08‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 16‑08‑2024
- Wetingang
Essentie
Witwassen. Het hof heeft een geldboete opgelegd die mede dient ter afroming van het door verdachte behaalde voordeel. De Hoge Raad overweegt dat dit is toegestaan, maar dat de rechter in een eventuele ontnemingsprocedure gehouden is (in matigende zin) rekening te houden met die boeteoplegging bij de vaststelling van de betalingsverplichting.
Samenvatting
Het cassatiemiddel steunt op de opvatting dat de oplegging van een geldboete die mede strekt tot ‘afroming’ van het door het bewezenverklaarde feit verkregen voordeel niet is toegestaan. Het voert daartoe aan dat, nu door het openbaar ministerie is aangekondigd dat een ontnemingsprocedure tegen de verdachte ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.