Einde inhoudsopgave
Accountantsaansprakelijkheid (R&P nr. CA20) 2019/5.2.3
5.2.3 Onrechtmatig handelen individuele accountant in relatie tot accountantsorganisatie-rechtspersoon
mr. J.E. Brink-van der Meer, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. J.E. Brink-van der Meer
- JCDI
JCDI:ADS304095:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
Juridische beroepen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
HR 6 april 1979, ECLI:NL:HR:1979:AH8595, NJ 1980, 34 (Kleuterschool Babbel), Huizink (2016), nr. 149, Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-IV (2015), 326 Onrechtmatige daad rechtspersoon: handeling van orgaan of geldend als gepleegd door rechtspersoon, Asser/Maeijer & Kroeze 2–I* (2015), 81 Toerekeningsmaatstaf en Tjong Tjin Tai (2010b), p. 114 e.v.
Eventuele onrechtmatige gedragingen van de individuele accountant kunnen in het maatschappelijk verkeer tevens worden aangemerkt als gedragingen van de accountantsorganisatie waarvan hij bestuurder is, met als gevolg dat (ook) de accountantsorganisatie uit eigen hoofde op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk kan worden gehouden (RB Amsterdam, 13 januari 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:145 (AquaServa) r.o. 4.11). De rechtbank verwijst naar het Tulip Air arrest (HR 5 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2628, RvdW 2014, 1014 (Tulip Air)) en HR 18 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2745, NJ 2016/66 inzake de aansprakelijkheid van een advocaat. Beide arresten worden besproken in paragraaf 5.3.2. Zie voorts: Hoekzema, in: GS Onrechtmatige daad, VIII.7.1.2.2 De maatstaf om vereenzelviging te kunnen aannemen, Kingma & Langbroek.
Zie bijvoorbeeld: HR 25 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL5420 (Vitesse/Provincie Gelderland). Voorts: Huizink (2016), nr. 149.
Opmerkelijk is dat toerekening in het Vie d’ Or arrest als zodanig niet aan de orde komt. Toerekening maakt bijvoorbeeld geen onderdeel uit van de omstandighedencatalogus (zie paragraaf 4.3.2.2), mogelijk omdat de Hoge Raad toerekening in de casus die grondslag ligt aan het Vie d’Or arrest evident acht. HR 13 oktober 2006, LJN AW2080, JOR 2006, 296, JRV 2006, 752, NJ 2008, 528.
Gerechtshof Amsterdam, 5 juli 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2681 (Heli Holding).
RB Utrecht 12 december 2007, LJN BB9709, RO 2008, 13 (Ceteco).
Hoekzema, in: GS Onrechtmatige daad, VIII.7.1.2.4.2 Gedragingen die verband houden met normale bedrijfsactiviteiten en, Asser/Van der Grinten & Kortmann 2-I 2004/150.
Hoekzema, in: GS Onrechtmatige daad, VIII.7.1.2.4.4 Gedragingen, die zijn terug te voeren tot een functionaris met zelfstandig uit te oefenen bevoegdheden.
Hierbij dient een voldoende verband tussen de opgedragen taak en de schade aanwezig te zijn. Artikel 6:170 BW luidt: ‘Voor schade, aan een derde toegebracht door een fout van een ondergeschikte, is degene in wiens dienst de ondergeschikte zijn taak vervult aansprakelijk, indien de kans op de fout door de opdracht tot het verrichten van deze taak is vergroot en degene in wiens dienst hij stond, uit hoofde van hun desbetreffende rechtsbetrekking zeggenschap had over de gedragingen waarin de fout was gelegen’. Spier/Hartlief (2015), p. 95 en 97. Boks merkt in verband hiermee op dat het naar haar mening voor de hand ligt dat cliënten die schade lijden door handelen of nalaten van medewerkers van een notaris, de voorkeur zullen geven aan een vordering uit wanprestatie. Bij wanprestatie hoeft immers niet gesteld en (zo nodig) bewezen te worden dat: sprake is van ondergeschiktheid (het begrip hulppersonen is ruimer), de kans op de fout door de opdracht is vergroot (er dient bij ondergeschiktheid een functioneel verband te bestaan tussen de werkzaamheden en de fout) en er sprake was van zeggenschap. Dit geldt evenzeer voor aansprakelijkheid van de accountantsorganisatie. Boks (2002), p. 170 e.v.
HR 13 mei 1988, NJ 1989, 896 (Staat/A), Boks (2002), p. 170, Oldenhuis (2014), p. 67 e.v. en Hoekzema (2000), p. 50.
Van Emden & De Haan (2014), § 4.3 Buitencontractuele aansprakelijkheid voor ondergeschikten.
Er is dan geen sprake van een arbeidsovereenkomst. Er kan ook sprake zijn van formele zeggenschap bij zelfstandig werkende personen die zelf de inhoud van hun werkzaamheden bepalen en aan wie de werkgever geen concrete opdrachten of instructies kan geven. Boks (2002), p. 171.
HR 21 december 2001, NJ 2002, 75 (Delfland/Stoeterij) en Tjong Tjin Tai (2010b), nr. 32.
Huizink (2016), nr. 149, Spier/Hartlief (2015), p. 89.
Spier/Hartlief (2015), p. 90.
Buijn & Storm (2013), 5.10 Aansprakelijkheid wegens onrechtmatige daad.
Buijn & Storm (2013), 5.10 Aansprakelijkheid wegens onrechtmatige daad. Spier/Hartlief (2015), p. 101.
In paragraaf 5.2.2 heb ik stilgestaan bij de contractuele aansprakelijkheid van de accountantsorganisatie-rechtspersoon. In deze paragraaf komt de buitencontractuele aansprakelijkheid aan de orde. Indien sprake is van buitencontractuele aansprakelijkheid, is met betrekking tot het toerekeningsvraagstuk allereerst van belang of een handeling van de individuele accountant in het maatschappelijk verkeer als gedraging van de accountantsorganisatie-rechtspersoon heeft te gelden.1 De gedraging van de individuele accountant wordt in dat geval toegerekend aan de accountantsorganisatie-rechtspersoon, die daardoor zelf onrechtmatig handelt.2 Er is alsdan sprake van toerekening krachtens verkeersopvattingen. De vraag of een handeling van de individuele accountant in het maatschappelijk verkeer als gedraging van de accountantsorganisatie-rechtspersoon heeft te gelden, dient beantwoord te worden met inachtneming van de omstandigheden van het geval.3
Naar mijn mening heeft het afgeven en ondertekenen van een controleverklaring door een individuele accountant in het maatschappelijk verkeer als gedraging van de accountantsorganisatie-rechtspersoon te gelden. Oftewel: het afgeven en ondertekenen van een controleverklaring door een individuele accountant kan rechtens worden beschouwd als een gedraging van de accountantsorganisatie-rechtspersoon. Dat volgt uit de Wta en zien we terug bij de belangrijkste jurisprudentie inzake buitencontractuele aansprakelijkheid van de accountant (Vie d’Or4, Heli Holding 5 en Ceteco 6). Er is sprake van een gedraging van de accountantsorganisatie-rechtspersoon, omdat gedragingen die verband houden met de normale bedrijfsactiviteiten van een rechtspersoon in het maatschappelijk verkeer eerder als de gedragingen van die rechtspersoon zelf worden beschouwd, dan van de functionarissen die daarvoor werkzaam zijn.7 Gedragingen die zijn terug te voeren tot een functionaris met zelfstandig uit te oefenen bevoegdheden, worden eveneens als gedragingen van die rechtspersoon beschouwd.8 Voorts speelt een rol dat de controleverklaring nadrukkelijk aan de accountantsorganisatie-rechtspersoon wordt gekoppeld, omdat de accountant op de verklaring de accountantsorganisatie-rechtspersoon waarbij hij werkzaam is of waaraan hij is verbonden dient te vermelden (artikel 29 Wta).
Indien de gedraging van de individuele accountant desondanks niet in het maatschappelijk verkeer als gedraging van de accountantsorganisatie-rechtspersoon zou hebben te gelden, kan de accountantsorganisatie-rechtspersoon op grond van artikel 6:170 BW alsnog als werkgever aansprakelijk zijn voor fouten van zijn ondergeschikten.9 Dit betreft toerekening krachtens wet. Er is sprake van ondergeschiktheid, indien de aangesproken accountantsorganisatie-rechtspersoon daadwerkelijk zeggenschap had over de individuele accountant. ‘Formele’ zeggenschap is voldoende.10 Formele zeggenschap betreft zeggenschap die is beperkt tot het stellen van randvoorwaarden en de organisatorische kant van de werkzaamheden. Bij een arbeidsovereenkomst zal (bijna) altijd sprake zijn van formele zeggenschap, zelfs al komt de accountant in loondienst bij de uitoefening van zijn taak vaak grote vrijheid toe.11 Er is naar mijn mening eveneens sprake van een onderschikte relatie indien de individuele accountant partner is bij de accountantsorganisatie-rechtspersoon,12 omdat de accountantsorganisatie- rechtspersoon ook ten aanzien van een accountant-partner de zeggenschap zal willen hebben om randvoorwaarden te stellen en de organisatorische kant van de werkzaamheden aan te sturen. De accountantsorganisatie-rechtspersoon dient er immers op grond van de Wta zorg voor te dragen dat de accountants die bij haar werkzaam zijn of aan haar zijn verbonden, voldoen aan het gestelde in de wet (artikel 14 Wta) en daartoe zal zij ten minste formele zeggenschap willen hebben.
Indien geen sprake zou zijn van ondergeschiktheid, kan worden teruggevallen op artikel 6:171 BW. Het artikel luidt: ‘Indien een niet ondergeschikte die in opdracht van een ander werkzaamheden ter uitoefening van diens bedrijf verricht, jegens een derde aansprakelijk is voor een bij die werkzaamheden begane fout, is ook die ander jegens de derde aansprakelijk’.
De Hoge Raad geeft een restrictieve uitleg aan artikel 6:171 BW. De benadeelde dient degene die de beroepsfout maakte en de accountantsorganisatie-rechtspersoon als een zekere eenheid te kunnen beschouwen. Voorts moet het gaan om werkzaamheden die een opdrachtgever ter uitoefening van zijn bedrijf door de betreffende accountant laat uitvoeren.13
Er is zowel bij aansprakelijkheid voor ondergeschikten als niet-ondergeschikten sprake van kwalitatieve aansprakelijkheid.14 In geval van kwalitatieve aansprakelijkheid is de aansprakelijkheid van de accountantsorganisatie-rechtspersoon een afgeleide. Vereist is dat de accountant, voor wiens handelen de accountantsorganisatie-rechtspersoon wordt aangesproken, zelf onrechtmatig heeft gehandeld (en dat zijn handelen hem kan worden toegerekend in de zin van artikel 6:162 lid 3 BW).15 De benadeelde kan vervolgens kiezen wie hij aansprakelijk stelt: de accountantsorganisatie-rechtspersoon (op grond van artikel 6:170 of 6:171 BW), de accountant (op grond van artikel 6:162 BW) of beide.16
Ten aanzien van de vraag of een accountantsorganisatie-rechtspersoon die aansprakelijk is gesteld op grond van artikel 6:170 BW regres kan nemen op de accountant in kwestie, verwijs ik tevens naar de in de voetnoot opgenomen literatuur.17