Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/10.4.7
10.4.7 Weens Koopverdrag
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS576386:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Het Weens Koopverdrag geeft geen definitie van het begrip 'koopovereenkomst'. Desondanks kan de omschrijving van het begrip 'koopovereenkomst' indirect worden afgeleid uit de bepalingen die de verplichtingen van de verkoper (art. 30 WK) en de koper (art. 53 WK) uiteenzetten. De koopovereenkomst is volgens deze bepalingen een overeenkomst waarbij de verkoper de zaken moet afleveren, zo nodig de documenten moet afgeven en de eigendom van de zaken moet overdragen. De koper is verplicht de koopprijs te betalen en de zaken in ontvangst te nemen. Zie Schlechtriem & Schwenzer 2005, art. 1, § 14.
Zie Schlechtriem & Schwenzer 2005, art. 4, nr. 7. Het begrip 'geldigheid' of 'validity' dient niet te worden beoordeeld naar het woordgebruik zoals wordt gehanteerd en geïnterpreteerd in het nationaal recht. De functies van de desbetreffende regels en bepalingen zijn beslissend voor de bepaling of het een regel of bepaling betreft die betrekking heeft op de geldigheid van de overeenkomst. De autonome interpretatie van het begrip 'geldigheid' wordt geregeld door art. 7 van het Weens Koopverdrag. Zie ook Honnold 1999; Schlechtriem & Schwenzer 2004, art. 4.
Een aanvullende internationale conventie betreffende de geldigheid van overeenkomsten die vallen onder het Weens Koopverdrag heeft niet veel vooruitgang geboekt. Zie de UNIDROIT-Draft of a Law for the Unification of Certain Rules relating to Validity of Contracts of International Sale of Goods, 1972, UNCITRAL-Yearbook VIII (1977), p. 104 e.v.; vgl. UNCITRAL-Yearbook VIII (1977), p. 91 e.v., nr. 8 e.v. Zie Schlechtriem & Schwenzer 2005, art. 4, nr. 10, 4. Het hoofdstuk over 'geldigheid' of 'validity' in de UNIDROIT Principles for International Commercial Contracts is duidelijk geïnspireerd op de UNIDROIT-Draft of a Law for the Unification of Certain Rules relating to Validity of Contracts of International Sale of Goods.
De Duitse edelman Karl Friedrich Hieronymus Baron von Münchhausen (1720-1797) zou zichzelf aan zijn eigen haren uit een moeras kunnen trekken. In latere versies van de verrassende avonturen van Baron von Münchhausen werd verteld dat hij zich niet aan zijn haren maar aan zijn laarzenstroppen (de lusjes aan zijn laarzen) omhoog trok.
Het Weens Koopverdrag bevat geen conflictregels maar materieel kooprecht voor internationale koopovereenkomsten. Dit verdrag is op grond van artikel 1 Weens Koopverdrag (wi() van toepassing op koopovereenkomsten betreffende roerende zaken tussen partijen die in verschillende staten gevestigd zijn wanneer de staten verdragsluitende staten zijn of wanneer volgens de regels van internationaal privaatrecht het recht van een verdragsluitende staat van toepassing is. Het feit dat de partijen hun vestigingen in verschillende staten hebben, dient buiten beschouwing te worden gelaten wanneer zulks niet blijkt uit de overeenkomst, of uit transacties tussen dan wel uit informatie verstrekt door de partijen te eniger tijd voor of bij het sluiten van de overeenkomst. Voor de toepasselijkheid van het Weens Koopverdrag is op grond van artikel 1 lid 3 WK zonder belang welke nationaliteit de partijen hebben, of zij kooplieden zijn en of de overeenkomst burgerrechtelijk (bedoeld zal zijn burgerlijkrechtelijk) dan wel handelsrechtelijk van aard is.
De vraag is of het Weens Koopverdrag van belang is bij de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht. Het verdrag zal alleen van belang kunnen zijn bij een partieel nietige kartelovereenkomst die tevens gekwalificeerd kan worden als een koopovereenkomst betreffende roerende zaken (tussen partijen die in verschillende staten gevestigd zijn wanneer de staten verdragsluitende staten zijn of wanneer volgens de regels van internationaal privaatrecht het recht van een verdragsluitende staat van toepassing is).1 Het verdrag heeft op grond van artikel 4 WK geen betrekking op de geldigheid van de overeenkomst of van de daarin vervatte bedingen.2 Mocht een kartelovereenkomst partieel nietig zijn op grond van strijd met artikel 81 EG of artikel 6 Mw, dan kan op grond van artikel 4 WK de geldigheid van het restant van de overeenkomst niet aan de hand van het Weens Koopverdrag worden vastgesteld. De vraag wat de effecten zijn van de partieel nietige overeenkomst dient beoordeeld te worden naar het nationaal recht waar het EVO (na 17 december 2009 de Rome I-Vo) naar verwijst.3
Op grond van artikel 8 lid 1 EVO (artikel 10 lid 1 Rome I-Vo) worden het bestaan en de geldigheid van de overeenkomst of van een bepaling daarvan beheerst door het recht dat ingevolge het EVO (na 17 december 2009 de Rome I-Vo) toepasselijk zou zijn, indien de overeenkomst of de bepaling geldig zou zijn (een zogenaamde Baron von Münchhausen constructie).4 Daarbij dient op grond van artikel 7 EVO (artikel 9 Rome I-Vo) rekening te worden gehouden met mogelijke voorrangsregels van mededingingsrecht (zowel derdelands voorrangsregels als voorrangsregels van de lex fori). Zie § 10.4.8.