Einde inhoudsopgave
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/9.2.3
9.2.3 De wetswijziging van 1971
mr. K. Spruitenburg, datum 01-08-2018
- Datum
01-08-2018
- Auteur
mr. K. Spruitenburg
- JCDI
JCDI:ADS376980:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1967-1968, 9596, nr. 3 (MvT), p. 4.
SER-advies 1967/5, p. 7-8 en Kamerstukken II 1967-1968, 9596, nr. 3 (MvT), p. 6 (sub. 4b).
Kamerstukken II 1967-1968, 9596, nr. 3 (MvT), p. 7 (art. 53a).
Een centrale werknemersorganisatie of vakcentrale is een federatie of koepelorganisatie van vakbonden, die de aangesloten vakbonden en hun leden vertegenwoordigt op overkoepelend niveau.
Kamerstukken II 1969-1970, 9596, nr. 7 (Amendementen Rietkerk); Geerts, diss. (2004), p. 77. Zie ook Asser/Maeijer 2-III (2000), nr. 521.
Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* (2009), nr. 741. Zie ook de formulering van art. 9 lid 2 WOR en de definitie van een vereniging van werknemers in art. 1 sub. f van de SER-fusiegedragsregels 2015.
Handelingen II 1969/70, p. 2950-2958 en p. 2995.
Wet van 10 september 1970, Stb. 1970, 411. Zie Kamerstukken II 1967-1968, 9596, nr. 3 (MvT), p. 4.
Bij de Invoeringswet Boek 2 BW is de term ‘rechtspersoonlijkheid’ nog vervangen door ‘volledige rechtsbevoegdheid’. Zie GS Rechtspersonen/P.G.F.A. Geerts, art. 347 Boek 2 BW, aant. 1 (online bijgewerkt tot 1 augustus 2004).
In navolging van de Commissie Verdam is ook de minister van mening dat het in de lijn van de maatschappelijke ontwikkelingen ligt om het enquêterecht op ruimere schaal mogelijk te maken. De achterliggende gedachte daarbij is dat het beleid van de vennootschap ook anderen dan alleen de aandeelhouders regardeert. Het werknemersbelang is in het bijzonder bij dat beleid betrokken. Het beschermen van dat belang door het kunnen verzoeken van een enquête en eventuele voorzieningen is volgens de minister dan ook gerechtvaardigd.1
De wijze waarop de enquêtebevoegdheid moet toekomen aan de werknemers blijft bij het verdere verloop van het wetsvoorstel onderdeel van discussie. De SER bepleit dat slechts een centrale werknemersorganisaties een enquête van werknemerszijde kan vorderen, maar dat het initiatief daartoe ook kan uitgaan van een vakbond die leden telt onder de werknemers van de vennootschap.2 De minister neemt dit voorstel over in het wetsvoorstel.3
De Tweede Kamer is daarentegen kritisch op dit punt. De vrees bestaat dat de vakbonden die niet bij de centrale werknemersorganisaties zijn aangesloten benadeeld worden, omdat zij moeilijker tot een enquêteverzoek kunnen komen (omdat zij dit verzoek enkel via de centrale kunnen doen).4 Tijdens de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel benadrukken verschillende leden van de Tweede Kamer derhalve om de vakbonden de enquêtebevoegd te geven zonder de tussenkomst van de centrale werknemersorganisaties. Dit leidt tot het Amendement Rietkerk waarin de enquêtebevoegdheid wordt toegekend aan:
“een vereniging van werknemers, die in de onderneming werkzame personen onder haar leden telt en tenminste twee jaar in het bezit is van rechtspersoonlijkheid, mits zij krachtens haar statuten te doel heeft de belangen van haar leden als werknemers te behartigen en als zodanig in de bedrijfstak of onderneming werkzaam is.”5
De Tweede Kamer aanvaardt het amendement waardoor de huidige wettekst tot stand komt. Het amendement is met name van belang voor de vakbonden die niet bij een centrale werknemersorganisatie zijn aangesloten. Zij vallen nu ook onder art. 2:347 BW, en niet alleen de centrale werknemersorganisaties.6 Een subamendement om de woorden ‘ten minste twee jaar’ te schrappen, behaalt geen meerderheid. Een vereniging die niet of nauwelijks heeft geopereerd als vakbond binnen een bedrijf komt anders al snel het enquêterecht toe.7 De nieuwe enquêteregeling, die blijkens de toelichting de voorstellen van de Commissie Verdam volgt, treedt vervolgens op 1 januari 1971 in werking bij de Wet van 10 september 1970.8 Sindsdien is de positie van de werknemer in het enquêterecht een feit.9