Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/2.4.3.4.1
2.4.3.4.1 Inleiding
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652292:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
OK 8 maart 2006 (r.o. 2.2), ARO 2006/62 (TCA). Zie ook OK 24 augustus 2021 (r.o. 2.4), ARO 2021/164 (FLEXible HR Service).
Gem. Hof 31 maart 2015 (r.o. 2.3), ARO 2015/106 (Integrated Utility Holding).
OK 18 maart 1976, NJ 1978/317, m.nt. B. Wachter; TVVS 1976, p. 379, m.nt. C.A. Boukema (Sekisui); OK 9 augustus 2006 (r.o. 2.7), ARO 2006/156 (Euroyal Properties); OK 5 oktober 2015 (r.o. 2.4), ARO 2015/223 (Leaderland).
Leidraad, bepaling 5.18. Anders nog, omdat de derde niet in opdracht van de onderzoeker kosten had gemaakt, OK 7 januari 1993, NJ 1993/412 (Mediselect).
Hermans 2017, p. 420.
Blanco Fernández, Holtzer & Van Solinge 2004, p. 23-24.
De onderzoeker kan hiernaast onkosten maken door de inschakeling van derden. De Ondernemingskamer overwoog in TCA dat ‘onderzoekers waar mogelijk door inschakeling van derden de kosten van het onderzoek beperkter doen zijn dan het geval zou zijn indien zij alle werkzaamheden zelf zouden verrichten.’1 De inschakeling van derden kan dus een kostenbesparende maatregel vormen, omdat de derde meer kennis of expertise heeft en daardoor efficiënter te werk kan gaan, of de derde werkt tegen een lager honorarium dan het honorarium van de onderzoeker. Door de inschakeling van derden kan ook kennis of kunde in huis worden gehaald waarover de onderzoeker zelf niet beschikt.
In Integrated Utility Holding, een Curaçaose enquête, verzocht de enquêteverzoeker het Gemeenschappelijk Hof de onderzoeker te bevelen zich te laten bijstaan door een of meer personen. Het Gemeenschappelijk Hof wees dat verzoek af.2 Uit jurisprudentie van de Ondernemingskamer volgt ook dat het aan de onderzoeker is om het onderzoek naar eigen inzicht in te richten, en het hem daarbij vrijstaat derden in te schakelen, indien hij dat in het kader van zijn onderzoeksopdracht nuttig en nodig acht.3
De kosten van inschakeling van derden komen ten laste van het onderzoeksbudget en vormen dus steeds kosten van het onderzoek als bedoeld in art. 2:350 lid 3 BW.4 De onderzoeker moet er daarbij voor zorgen dat het vastgestelde onderzoeksbudget daartoe volstaat. Zo nodig zal hij verhoging van het onderzoeksbudget moeten verzoeken, waarover par. 2.5. Met Hermans meen ik dat de onderzoeker verplicht is de kosten van ingeschakelde derden pro se te voldoen als de door derden gemaakte kosten hoger uitvallen dan de door de Ondernemingskamer na afronding van het onderzoek vastgestelde kosten van het onderzoek.5 De onderzoeker doet er hierom goed aan duidelijke (prijs)afspraken te maken met ingeschakelde derden.
Blanco Fernández, Holtzer en Van Solinge maken bij de inschakeling van derden een onderscheid tussen hulppersonen en niet-hulppersonen. Hulppersonen zijn personen die de onderzoeker bijstaan bij de uitoefening van zijn taak, waarover par. 2.4.3.4.2. Niet-hulppersonen zijn personen die de onderzoeker als onafhankelijke derden bijstaan, waarover par. 2.4.3.4.3.6 Dit onderscheid houd ik hierna aan. Daarbij ga ik ook in op motieven om derden in te schakelen en de tarieven die derden zouden moeten aanleggen.