Verzekering verzekerd?
Einde inhoudsopgave
Verzekering verzekerd? (R&P nr. FR13) 2015/2.5.3:2.5.3 Schadeverzekeraar versus levensverzekeraar
Verzekering verzekerd? (R&P nr. FR13) 2015/2.5.3
2.5.3 Schadeverzekeraar versus levensverzekeraar
Documentgegevens:
mr. N. Lavrijssen, datum 15-01-2015
- Datum
15-01-2015
- Auteur
mr. N. Lavrijssen
- JCDI
JCDI:ADS613782:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Verzekeringsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Met de term ‘reserve’ wordt in economisch opzicht het surplus aan eigen vermogen bedoeld. Het is echter geen surplus, maar een schuld aan verzekerden. Oosenbrug 1995, p. 46.
De premiereserve wordt ook wel wiskundige reserve genoemd.
Van Boven & Vos 1972, p. 85.
Art. 117 lid 1 Besluit prudentiële regels Wft.
Zie hierover nader paragraaf 2.5.
Van Boven & Vos 1972, p. 82-83.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ten aanzien van de technische voorzieningen van het schadeverzekeringsbedrijf geldt dat deze bestaan uit de premie- en schadereserve.1 De premiereserve2 wordt gevormd door premies van contracten die aan het einde van het boekjaar nog lopen. Deze premies worden gereserveerd voor de risico’s die verbonden zijn aan deze nog lopende contracten. Het gaat hier dus om een voorziening waarop inkomsten worden geboekt waarvoor nog prestaties geleverd moeten worden. De schadereserve is een gereserveerd bedrag voor schadevoorvallen die zich voordoen voor het einde van het boekjaar, maar waarvan de schaden nog niet geboekt zijn. Het gaat hier in wezen om een voorziening waarop een schuld van het schadeverzekeringsbedrijf aan de verzekerden wordt geboekt.3 Zodra er een schademelding bij de schadeverzekeraar binnen komt, treft de schadeverzekeraar daarvoor een voorziening. Er wordt een inschatting gemaakt van de benodigde omvang van deze voorziening waarbij wordt gekeken naar de hoogte van de schade, de kosten van de afwikkeling ervan en de baten die worden verwacht.4 Deze schatting gebeurt aan de hand van ervaringen uit het verleden. Gaandeweg de schadebehandeling kan blijken dat deze inschatting onjuist is. In dat geval wordt de inschatting bijgesteld. Dat betekent dat de technische voorziening per schadegeval kan fluctueren.
Bij het levensverzekeringsbedrijf bestaan de technische voorzieningen uitsluitend uit de premiereserve. Dit heeft te maken met het feit dat de omvang van de (opeisbare) uitkeringen bij levensverzekeringen normaal gesproken bekend is en dat de uitbetaling ervan op korte termijn zal plaatsvinden. Bij het schadeverzekeringsbedrijf is de precieze hoogte van de uitkering vaak nog niet direct duidelijk, bijvoorbeeld omdat in eerste instantie onduidelijk is of het letsel tijdelijk of blijvend van aard is; daarom bestaan de technische voorzieningen van een schadeverzekeraar naast de premiereserve ook uit een schadereserve. De levensverzekeraar berekent de benodigde hoogte van de technische voorzieningen aan de hand van een aantal factoren. In de eerste plaats berekent hij aan de hand van de beschikbare sterftetafels5 welke bedragen op welk moment moeten worden uitgekeerd. Vervolgens bepaalt hij de contante waarde van de nog te ontvangen en uit te keren bedragen (de premies en uitkeringen) met behulp van een rentevoet. Het verschil tussen beide bedragen vormt de premiereserve.6