Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid: wenselijk?
Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/2.7:2.7 Afsluitende conclusie
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/2.7
2.7 Afsluitende conclusie
Documentgegevens:
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS400283:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Jurisdictionele competitie wordt ook wel omschreven als het wetgevingsproces waarin overheden streven naar het creëren van een gunstiger klimaat van regelgeving, om de concurrentiekracht van de nationale economie te bevorderen of om meer economische activiteit aan te trekken. Op het gebied van het vennootschapsrecht kan er door de mobiliteit van vennootschappen en de vrije keuze voor een rechtsstelsel, een markt ontstaan waarin overheden met elkaar op het gebied van het vennootschapsrecht concurreren. In de Verenigde Staten heeft zich een dergelijk proces van competitie ontwikkeld. Doordat de meeste Amerikaanse staten de incorporatieleer aangehangen kunnen vennootschappen het recht kiezen dat hun belangen het beste behartigt, zonder dat er rekening mee hoeft te worden gehouden waar de activiteiten uitgevoerd zullen worden. Samen met de grote invloed van Amerikaanse advocaten en enkele constitutionele bepalingen, heeft deze competitie ervoor gezorgd dat het vennootschapsrecht is herzien en nieuwe rechtsvormen zijn ontstaan. In Europa wordt van oudsher door verschillende landen de werkelijke zetelleer aangehangen, die de mobiliteit van de vennootschappen beperkt en daarmee de jurisdictionele competitie belemmert. Recente uitspraken van het Europese Hof hebben hier enigszins verandering in gebracht. Ondernemers die een nieuwe vennootschap willen opzetten hebben de vrijheid om een andere incorporatiestaat te kiezen dan waar de activiteiten feitelijk worden uitgevoerd. Nieuwe Europese maatregelen zouden de tweede vorm van mobiliteit, de herincorporatie, mogelijk kunnen maken, maar een dergelijke verordening is in de wacht gezet. Daarnaast zou een markt voor (nieuwe) rechtsvormen kunnen ontstaan. Deze rechtsvormen zullen allereerst gericht zijn op de behoeften van de lokale kleine vennootschappen, maar kunnen er ook op gericht zijn om vestiging van buitenlandse vennootschappen aantrekkelijk te maken. Om dit laatste te bereiken zullen de met de nieuwe rechtsvormen te behalen voordelen wel duidelijk moeten opwegen tegen de kosten die een buitenlandse incorporatie of registratie met zich brengt. Nederland zal er dan ook voor moeten zorgen dat het in deze competitie een belangrijke speler blijft door het aanbieden van efficiënte wetgeving met rechtsvormen die voldoen aan de behoeften van (in ieder geval) Nederlandse vennootschappen. De introductie van een personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid zou een innovatief antwoord zijn op de ontwikkelingen in andere lidstaten en zou eraan bijdragen een rechtsvorm te creëren die geschikt is voor het MKB en de beoefenaren van het vrije beroep.