Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969
Einde inhoudsopgave
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/12.2.2:12.2.2 Voorstellen in de literatuur
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/12.2.2
12.2.2 Voorstellen in de literatuur
Documentgegevens:
Mr. dr. G.C. van der Burgt, datum 29-11-2021
- Datum
29-11-2021
- Auteur
Mr. dr. G.C. van der Burgt
- JCDI
JCDI:ADS491420:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Op dit moment opgenomen in § 20 UmwStG.
Dit is vergelijkbaar met het huidige systeem voor afsplitsingen (zie hiervóór).
Dit speelt ook bij afsplitsingen onder het huidige recht. Zie onderdeel 11.4.5.11.
Simonis, TFO 2007/126, onderdeel 5.3. Op dit pleidooi is gereageerd door de Minister van Justitie. Zie onderdeel 12.2.4.
Elsweier, WFR 2019/37, onderdeel 5.
Zie Elsweier 2018, onderdeel 10.4.2, p. 436-437 en onderdeel 11.3, p. 456.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In zijn onderzoek naar de geruisloze omzetting van een IB-onderneming in een NV of BV geeft Rijkers aan voorstander te zijn van wat hij noemt een semi-geruisloze omzetting.1 Dit komt erop neer dat de IB-ondernemer partieel afrekent, namelijk voor zover hij dat wenselijk acht. Voor het overige wordt de IB-onderneming fiscaal geruisloos ingebracht in de NV of BV. Rijkers heeft zich laten inspireren op de Duitse regeling voor de inbreng van een onderneming in een Kapitalgesellschaft.2
Van den Brande-Boomsluiter heeft met betrekking tot fiscaal gefaciliteerde bedrijfsfusies de mogelijkheid van gedeeltelijke winstneming bepleit. In dat voorstel kan de overdrager de bedrijfsfusiewinst in aanmerking nemen voor zover hij beschikt over compensabele verliezen.3 Stijgt de bedrijfsfusiewinst uit boven het bedrag aan compensabele verliezen, dan kan voor het meerdere de bedrijfsfusiefaciliteit worden toegepast. Daarmee zou sprake zijn van een partiële fiscaal gefaciliteerde bedrijfsfusie. De reden voor haar voorstel is dat aanwezige verliesaanspraken van het overdragende lichaam bij een fiscaal begeleide bedrijfsfusie naar huidig recht bij dat lichaam achterblijven en niet samen met de overgedragen onderneming overgaan naar het overnemende lichaam.4 Dat kan volgens haar een knelpunt zijn in gevallen waarin bij de overdrager na de bedrijfsfusie geen belastbare winst wordt verwacht, bijvoorbeeld omdat dit lichaam nog slechts aandelen in de overnemer houdt waarop de deelnemingsvrijstelling (integraal) van toepassing is.5
Simonis heeft in de context van juridische fusies ex art. 14b Wet VPB 1969 het voorstel gedaan partiële afrekening toe te staan voor zover sprake is van verrekenbare verliezen. De fusiepartners zouden in dat systeem kunnen kiezen voor de doorschuifregeling voor zover de fusiewinst de aanwezige verliezen overtreft (partiële doorschuifregeling). Simonis verwijst hierbij naar het Duitse systeem (zie ook hierna).6 Ook Elsweier geeft aan voorstander te zijn van het kunnen doorschuiven van activa en passiva tegen een zogenoemde tussenwaarde. Dat is een waarde tussen de (fiscale) boekwaarde en de waarde in het economische verkeer. Hij spitst zijn betoog toe op de zuivere splitsing en de juridische fusie met als reden dat die rechtshandelingen tot gevolg hebben dat de splitser respectievelijk verdwijner ophoudt te bestaan, waardoor diens verliesaanspraken zonder nadere regeling tenietgaan.7 In zijn dissertatie beveelt Elsweier het kunnen doorschuiven tegen een tussenwaarde echter aan in de context van de fiscale indeplaatstreding.8 Zijn betoog is daar niet toegespitst op de zuivere splitsing en de juridische fusie. Ik concludeer daaruit dat hij ook voorstander is van het kunnen doorschuiven tegen een tussenwaarde bij bedrijfsfusies en afsplitsingen in welke gevallen de overdrager respectievelijk afsplitsende rechtspersoon niet ophoudt te bestaan. Wat betreft dit laatste zitten Elsweier en Van den Brande-Boomsluiter dus op één lijn. Elsweier heeft voor zijn voorstel – evenals Rijkers en Simonis – inspiratie ontleend aan de Duitse regeling. Aangezien in dit onderzoek op het punt van potentiële aanbevelingen ook naar het Duitse systeem wordt gekeken, besteed ik daar eerst aandacht aan.