De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/4.2.6.3:4.2.6.3 Beïnvloeding orgaanleden door regels
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/4.2.6.3
4.2.6.3 Beïnvloeding orgaanleden door regels
Documentgegevens:
Datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- JCDI
JCDI:ADS364817:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het gedrag van de orgaanleden wordt echter niet louter beïnvloed door hun karakter en onderlinge verhoudingen. Dat gedrag wordt ook beïnvloed door de regels van de deelrechtsorde, waaronder de zeggenschapsverhoudingen.
Aangenomen mag worden dat personen zich over het algemeen zullen rea-liseren dat mogelijkheden om hun doelen te verwezenlijken afhankelijk zijn van de omstandigheden waarin zij zich bevinden en hun gedrag daarop afstemmen. Binnen de context van de vennootschap betekent dit dat personen hun gedrag zullen afstemmen op de zeggenschapsverhoudingen.
Een meerderheidsaandeelhouder die niet wordt gehinderd door gekwali-ficeerde meerderheidsvereisten en vetorechten van minderheidsaandeelhouders en/of een sterke beknotting van de bevoegdheden van de aandeel-houdersvergadering is veel meer in staat om de gang van zaken binnen de rechtspersoon te bepalen, dan een aandeelhouder die daarvoor de medewerking van (andere) aandeelhouders, bestuurders en commissarissen nodig heeft. Een meerderheidsaandeelhouder die zijn zin kan doordrukken, hoeft in beginsel geen compromissen te sluiten en heeft om die reden min-der aanleiding om rekening te houden met de belangen van anderen. Een minderheidsaandeelhouder zonder veto daarentegen komt niet ver met een compromisloze houding, althans niet als zijn medeaandeelhouders niet bereid zijn om zich naar zijn wil te schikken. Geven en nemen lijkt een meer vruchtbare handelwijze voor een minderheidsaandeelhouder zonder veto en een aandeelhouder die slechts in combinatie met andere aandeelhou-ders de meerderheid kan behalen.
Dit betekent dat het gedrag van de leden van organen kan worden beïnvloed door de zeggenschapsverhoudingen te veranderen. Aldus heeft het verande-ren van de zeggenschapsverhoudingen invloed op de wijze waarop de organen van de vennootschap zich gedragen en daarmee op hoe de vennootschap zich gedraagt.
Een tweede voorbeeld van hoe het gedrag (van de leden) van organen en daarmee van de rechtspersoon wordt beïnvloed door de deelrechtsorde zijn de gedragsnormen die daarbinnen gelden. Deze gedragsregels, respectievelijk de handhaving daarvan wordt besproken in par. 4.2.7, respectievelijk par. 4.2.8.
De deelrechtsorde is echter geen wondermiddel als het om het beïnvloeden van gedrag gaat. Niet iedere aandeelhouder, bestuurder of commissaris is immers bereid om zijn handelwijze binnen de vennootschap af te stemmen op de zeggenschapsverhoudingen en gedragsnormen die gelden binnen de deelrechtsorde. Sommigen blijken daartoe in de praktijk niet in staat. Mensen zijn soms irrationeel.
Neem bijvoorbeeld de situatie dat een vennootschap twee aandeelhouders heeft die elk de helft van de aandelen houden en ook beiden bestuurder zijn. Er kunnen dan slechts besluiten in het bestuur en in de aandeelhoudersvergadering genomen worden indien zij het onderling eens kunnen worden. Indien dat systematisch niet lukt, lijdt de vennootschap daardoor op den duur schade en daarmee haar aandeelhouders. Het is in hun beider belang om dat te voorkomen. Toch laat de rechtspraak van de ondernemings-kamer zien dat het ook in dergelijke situaties voorkomt dat de bestuurders/ aandeelhouders zich er gedurende een lange periode niet toe kunnen brengen om de vereiste compromissen te sluiten.