De bij dode opgerichte stichting
Einde inhoudsopgave
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/9.2.2:9.2.2 Het doel van de bij dode opgerichte stichting
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/9.2.2
9.2.2 Het doel van de bij dode opgerichte stichting
Documentgegevens:
mr. T.F.H. Reijnen, datum 01-09-2020
- Datum
01-09-2020
- Auteur
mr. T.F.H. Reijnen
- JCDI
JCDI:ADS232229:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Erfrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
MüKoBGB 2013/Reuter § 81 Rn 12.
Het beste voorbeeld hiervan is de stichting-administratiekantoor. Deze stichting wordt voor het overgrote deel uitsluitend ingezet voor de belangen van de (enig) aandeelhouder(s). De enige plausibele verklaring dat Nederland zo veel stichtingen heeft, is ook gelegen in het feit dat de stichting de belangen van de oprichters kan bevorderen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In Duitsland en Nederland wordt een stichting met een niet op het algemeen belang gericht doel algemeen aanvaard. In België is dat ook het geval zolang dit geen strijd oplevert met de eis van het belangeloos doel. Anderzijds bestaat tussen Nederland en Duitsland ten aanzien van het doel van een stichting weer een groot verschil omdat in Duitsland, in tegenstelling tot Nederland, onverkort alles draait om het vermogen van de stichting. Dit past ook in de Duitse traditie waar de idee van de klassieke stichting, de stichting als doelvermogen, anders dan in Nederland, is blijven bestaan. De stichting als doelorganisatie is in Duitsland ondenkbaar,1 terwijl in Nederland de stichting voor de stichter op geen enkel bezwaar stuit,2 zolang het doel maar niet is gericht op het doen van uitkeringen aan de oprichter en personen die deel uitmaken van de organen van de stichting, anders dan uit ideële of sociale redenen. Deze niet toegestane uitkeringen werden door mij in 5.2.2 aangeduid als verboden uitkering. Op dit punt is de overeenkomst tussen België en Duitsland groter dan die tussen Nederland en Duitsland.
Ten aanzien van het doel kan geconstateerd worden dat de Belgische regeling ergens tussen de Nederlandse en de Duitse in ligt. Ook in België is de stichting als doelorganisatie ondenkbaar. In België wordt veel belang gehecht aan het vermogen van de stichting, zelfs bij de stichting als administratiekantoor. Zo moet de stichting in België worden beschouwd als fiduciaire eigenaar van haar vermogen.