Einde inhoudsopgave
Verlofstelsels in strafzaken (SteR nr. 37) 2018/6.5.d
6.5.d Beslissingen, motivering en rechtsmiddelen
mr. G. Pesselse, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
mr. G. Pesselse
- JCDI
JCDI:ADS607109:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Aan Raad van State aangeboden consultatieversie, opgevraagd bij Dienst Informatievoorziening Tweede Kamer.
Kamerstukken II 2005/06, 30320, nr. 3, p. 49; Werkproces stroomlijnen hoger beroep 2007, p. 9.
Al staat om precies te zijn tegen een negatieve verlofbeschikking geen herziening open, aldus HR 19 maart 2013, ECLI:BZ4669 en HR 2 juni 2015, NJ 2015/402, m.nt. Reijntjes; tegen de onderliggende rechtbankuitspraak is staat mogelijk wel herziening open.
HR 23 december 2008, ECLI:BG4411; HR 31 maart 2009, NJ 2010/338, m.nt. Buruma; HR 22 december 2009, NJ 2010/102, m.nt. Borgers; HR 28 juni 2011, NJ 2013/560, m.nt. Mevis.
Jebbink 2012.
HR 22 april 2014, NJ 2015/400, m.nt. Van Kempen.
De verlofvoorzitter kan op basis van zijn beoordeling twee beslissingen nemen, die beide op schrift moeten worden gesteld en aan de verdachte moeten worden betekend (art. 410a lid 6 Sv). Enerzijds kan de verlofrechter bevelen dat de zaak op grond van artikel 412 Sv in hoger beroep ter terechtzitting aanhangig wordt gemaakt. Een eerdere versie van de Wet stroomlijnen hoger beroep sprake van ‘toelating’ van het beroep.1 De verdachte zal dan moeten worden opgeroepen of gedagvaard, waarna de reguliere procedure in hoger beroep volgt. Anderzijds kan de voorzitter beslissen dat het hoger beroep buiten behandeling wordt gelaten. Aan de wettelijke verplichting deze negatieve beslissing met redenen te omkleden, kan volgens de minister door middel van standaardoverwegingen worden vorm gegeven.2
De beschikking van de voorzitter dat het hoger beroep buiten behandeling wordt gelaten geldt als beslissing op het aangewende rechtsmiddel en markeert het einde van de strafzaak3 – buitengewone rechtsmiddelen uitgezonderd.4 In de eerste plaats staat tegen de negatieve verlofbeschikking zelf geen cassatieberoep open. Voor de verdachte niet omdat de wet in zodanige mogelijkheid niet voorziet; voor het openbaar ministerie niet omdat de beslissing het hoger beroep niet in behandeling te nemen niet op zijn vordering plaatsvindt (art. 445 en 446 Sv). In de tweede plaats staat tegen het rechtbankvonnis waartegen hoger beroep is ingesteld en waarop de afwijzende beschikking van de voorzitter betrekking heeft geen beroep in cassatie open (art. 410a lid 7 Sv). Desondanks ingestelde cassatieberoepen heeft de Hoge Raad onder verwijzing naar het gesloten stelsel van strafrechtelijke rechtsmiddelen steevast niet-ontvankelijk verklaard.5 Een schrale troost is dat gerechtshoven na de ontdekking van misslagen bij verlofweigering soms een herstelbeschikking nemen.6 Op zo’n gunst, die niet te ruimhartig mag worden verleend,7 heeft de insteller van het beroep echter geen recht.