De kosten van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/3.2.3.2.4:3.2.3.2.4 Schade
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/3.2.3.2.4
3.2.3.2.4 Schade
Documentgegevens:
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652310:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 2:351 lid 5 BW beschrijft de vergoeding van schade ‘die het gevolg is van het verslag van de uitkomst van het onderzoek’. Deze bepaling mag mijns inziens niet zo worden gelezen dat enkel de schade als gevolg van de uitkomst van het onderzoek voor vergoeding in aanmerking komt. Ook de schade die het gevolg is van de uitvoering van het onderzoek, ook als dat niet leidt tot een onderzoeksverslag, komt mijns inziens voor vergoeding in aanmerking.1 Dit sluit aan bij de formulering van art. 2:350 lid 3 BW. Ook schade als gevolg van een handelen van de onderzoeker in strijd met zijn geheimhoudingsverplichting van art. 2:351 lid 3 BW komt mijns inziens voor vergoeding in aanmerking.2
Schade als gevolg van toerekenbaar onrechtmatig handelen die voor vergoeding in aanmerking komt in de context van een aansprakelijkstelling van de onderzoeker in de enquêteprocedure zal in de eerste plaats bestaan uit vermogensschade: geleden verlies of gederfde winst (art. 6:95 BW jo. art. 6:96 lid 1 BW). Zo valt bijvoorbeeld te denken aan de onderzoeker die zijn geheimhoudingsverplichting schendt, als gevolg waarvan bedrijfsgeheimen bekend worden en de rechtspersoon winst derft omdat concurrenten gebruikmaken van de openbaar gemaakte bedrijfsgeheimen. Verder denkbaar is dat de onderzoeker onjuiste uitlatingen doet over de rechtspersoon of hierbij betrokkenen, die niet worden gedragen door een voldoende gedegen onderzoek of vanwege het innemen van een onvoldoende onpartijdige houding. Als dat onderzoek door de Ondernemingskamer openbaar wordt gemaakt op de voet van art. 2:353 lid 2 BW, kan dit schadelijke gevolgen hebben voor de rechtspersoon of hierbij betrokkenen. Op de voet van art. 6:95 BW jo. art. 6:106 BW kan onder omstandigheden ook een recht op immateriële schadevergoeding bestaan.
Als vermogensschade komen hiernaast de in art. 6:96 lid 2 BW bedoelde kosten voor vergoeding in aanmerking. Ook wettelijke rente komt op grond van art. 6:119 BW voor vergoeding in aanmerking. De specifieke context van het enquêterecht dwingt naar mijn mening niet tot een van de gebruikelijke uitleg afwijkende interpretatie van deze bepalingen.