Eigendomsgrondrecht en belastingen
Einde inhoudsopgave
Eigendomsgrondrecht en belastingen (FM nr. 161) 2020/9.8:9.8 Conclusie
Eigendomsgrondrecht en belastingen (FM nr. 161) 2020/9.8
9.8 Conclusie
Documentgegevens:
dr. T.C. Gerverdinck, datum 13-03-2020
- Datum
13-03-2020
- Auteur
dr. T.C. Gerverdinck
- JCDI
JCDI:ADS197363:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Mensenrechten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ik had de hoop om na bestudering van de rechtspraak over (gesteld) excessieve belastingen (in ieder geval bij benadering) te kunnen aangeven waar de grens ligt tussen toegelaten belastingheffing en verboden willekeurige confiscatie. Dat is echter niet mogelijk gebleken. Het aantal richtinggevende arresten over dit onderwerp is, ook na tientallen jaren jurisprudentie, zeer beperkt te noemen. Het Hof gaat zeer casuïstisch te werk en doet veel zaken af op basis van per definitie casusgebonden bewijsoordelen. Wat veel van de in par. 9.3 besproken zaken immers kenmerkt, is dat de belastingplichtigen – op wie kennelijk de bewijslast rust – er niet in slaagden om te bewijzen dat de litigieuze belastingwetgeving een onevenredig zware inbreuk op hun financiële positie maakte (een individual and excessive burden op hen legde). Vaak bleef het bij de blote stelling dat hun eigendomsrecht was aangetast. Om enige kans op succes te hebben in Straatsburg, zullen belastingplichtigen concrete informatie moeten aanvoeren over hun financiële positie en de effecten die de belastingwetgeving daarop heeft. Het lijkt verdedigbaar dat pas sprake is van een schending van het eigendomsrecht als belastingheffing ter zake van vermogen(sinkomsten) het structureel onmogelijk maakt om een redelijk rendement te maken of als de belastingdruk ter zake van (andere) inkomsten de 100% nadert of overschrijdt. Aanwijzingen daarvoor zijn te vinden in rechtspraak over huurwetgeving die structureel in de weg staat aan het behalen van een decent/meer dan minimal profit, maar of die rechtspraak ook relevant is voor belastingzaken is nog niet duidelijk.
Het EHRM heeft alleen in de zaken N.K.M., Gáll en R.Sz. een schending van artikel 1 Eerste Protocol wegens een hoge belastingheffing aangenomen, al kan ook de besproken zaak Jokela wellicht als zodanig gezien worden indien uitgegaan moet worden van de correctheid van de waardering voor onteigeningsdoeleinden: als die waardering de juiste is, is de veel hogere waardering voor successiedoeleinden manifest excessief. In N.K.M. c.a. was het overigens niet eens de hoogte van het marginale tarief van 98% op zichzelf die onaanvaardbaar werd geoordeeld, maar een combinatie van dat tarief met een aantal andere aspecten (kennelijk détournement de pouvoir, fiscale discriminatie, personal hardship, terugwerkende kracht, nationale constitutioneelrechtelijke spanningen) die het EHRM tot dat oordeel brachten. Mijn conclusie is dat het EHRM nog nooit een belastingheffing uitsluitend vanwege de hoogte van het tarief in strijd met het eigendomsrecht heeft geoordeeld. Aangenomen mag worden dat een inkomstenbelastingdruk van of tenderend naar 100% feitelijk een onteigening is en dus verboden (vgl. de in par. 13.4.4.2 besproken rechtspraak van de Hoge Raad over box 3). Een belasting op vermogen die kan oplopen tot 85% van het totale inkomen lijkt op zichzelf nog ermee door te kunnen (Imbert de Tremiolles c. France), maar concludent is die zaak niet omdat de klagers kennelijk hun vermogensaanwas buiten beschouwing hadden gelaten (hun vermogen was ondanks de hoge heffing gegroeid), maar onder andere omstandigheden kan een gemiddeld inkomstenbelastingtarief van 52% (N.K.M. v. Hungary) al onaanvaardbaar zijn. De hoogte van het (marginale) tarief is, kortom, niet doorslaggevend. Andere aspecten, zoals met name een eventuele fiscale discriminatie, schending van gerechtvaardigde verwachtingen door terugwerkende kracht, détournement de pouvoir fiscal, het ontbreken van overgangsrecht bij nieuwe wetgeving of (financiële) kwetsbaarheid van de belastingplichtige zijn evenzeer van belang en moeten in de afweging worden betrokken.