Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes
Einde inhoudsopgave
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/16.1:16.1 Inleiding
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/16.1
16.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. L.S.A. Trapman, datum 19-02-2024
- Datum
19-02-2024
- Auteur
mr. L.S.A. Trapman
- JCDI
JCDI:ADS947848:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De eerste hoofdvraag van dit proefschrift luidde: ‘Aan welke uitgangspunten moeten vrije en eerlijke verkiezingen in Nederland voldoen en in hoeverre waarborgen het EVRM en de Grondwet deze uitgangspunten?’ Deze uitgangspunten vallen uiteen in drie categorieën, die hieronder verder worden uitgewerkt. Uit de hoofdstukken 2 tot en met 5, waarin het constitutionele kader uiteen werd gezet waarbinnen het kiesrecht functioneert, kwam een aantal constitutionele uitgangspunten naar voren (paragraaf 16.2.1). Ook bleek dat op een aantal punten fundamentele afwegingen tussen verschillende invullingen van het constitutionele kader moeten worden gemaakt (paragraaf 16.2.2), die van invloed zijn op de visie van de wetgever op de regulering van het verkiezingsproces. Vervolgens kwamen in de hoofdstukken 6 tot en met 9 de kiesrechtelijke uitgangspunten aan de orde. Ik vat deze in paragraaf 16.3 en 16.4 samen. Daarbij doe ik ook enkele voorstellen om de uitgangspunten die op dit moment niet in de Grondwet zijn opgenomen, daarin toch te verankeren.
De tweede en derde hoofdvraag van dit proefschrift luidden, respectievelijk, ‘Op welke punten voldoet de regelgeving omtrent de Nederlandse Tweede Kamerverkiezingen niet of onvoldoende aan de kiesrechtelijke uitgangspunten voor vrije en eerlijke verkiezingen?’ en ‘Welke maatregelen moeten genomen worden om de geconstateerde gebreken te adresseren?’ Daartoe liep ik in hoofdstuk 10 tot en met 15 de verschillende fasen van de verkiezingsprocedure langs. In paragraaf 16.5 geef ik antwoord op de tweede en derde hoofdvraag, door samen te vatten op welke punten de Nederlandse verkiezingsregulering de uitgangspunten op dit moment onvoldoende in acht neemt en kort weer te geven welke maatregelen geboden zijn om de geconstateerde gebreken te verhelpen.