Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969
Einde inhoudsopgave
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/12.6.5.2:12.6.5.2 De kern van de benadering in de standaardvoorwaarden
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/12.6.5.2
12.6.5.2 De kern van de benadering in de standaardvoorwaarden
Documentgegevens:
Mr. dr. G.C. van der Burgt, datum 29-11-2021
- Datum
29-11-2021
- Auteur
Mr. dr. G.C. van der Burgt
- JCDI
JCDI:ADS491818:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Voor een uitgebreide analyse van deze standaardvoorwaarden verwijs ik naar de onderdelen 11.4.4.9, 11.4.4.11, 11.4.4.12, 11.4.4.13, 11.4.4.14, 11.4.5.8, 11.4.5.11, 11.4.5.12, 11.4.5.13 en 11.4.5.14.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De standaardvoorwaarden die betrekking hebben op fiscale voorsplitsingsaanspraken, beogen in de kern te bereiken dat een fiscale aanspraak bij een verkrijger na het (af)splitsingstijdstip uitsluitend kan worden verrekend binnen de sfeer van de onderneming waarin die aanspraak vóór de splitsing is opgekomen.1 De werkwijze met betrekking tot verliezen van vóór de splitsing (voorsplitsingsverliezen) als bedoeld in art. 20 Wet VPB 1969 is als volgt. Een voorsplitsingsverlies dat verband houdt met de oorspronkelijke onderneming kan niet worden verrekend met winsten van na de splitsing (nasplitsingswinsten) die met de overgenomen onderneming worden behaald, en omgekeerd. Het instrument dat hiervoor wordt gebruikt, is winstsplitsing. Dit houdt in dat de nasplitsingswinst in het betreffende nasplitsingsjaar wordt gesplitst in twee componenten, waarna dit wordt verdeeld over de oorspronkelijke onderneming en de overgenomen onderneming. Bij deze winstsplitsing wordt gedaan alsof de splitsing niet heeft plaatsgevonden. Na de winstsplitsing volgt eventueel binnenjaarse verliessaldering. Dat is het geval als het resultaat dat toerekenbaar is aan één van de twee in de verkrijgende rechtspersoon verenigde ondernemingen negatief is. Dat negatieve resultaat wordt dan gesaldeerd met het positieve resultaat van de andere onderneming. Het sluitstuk is de zogenoemde enkelsporige buitenjaarse verliesverrekening over het (af)splitsingstijdstip heen. Deze werkwijze dient te worden gevolgd zolang er bij de verkrijger voorsplitsingsverliezen aanwezig zijn.