De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/6.1.4:6.1.4 Beoordeling van het examen
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/6.1.4
6.1.4 Beoordeling van het examen
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949677:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Inherent aan het examen is dat beoordeeld wordt of de leerling het juiste niveau heeft bereikt of dat hij de voorgeschreven kennis, inzicht en vaardigheden heeft opgedaan. Deze beoordeling wordt doorgaans uitgevoerd door het bevoegd gezag of de leraar. Gezien het belang van de examens zijn er in een aantal sectoren derden betrokken bij de beoordeling. In bijvoorbeeld het voortgezet onderwijs wordt het centraal examen tevens beoordeeld door een leraar van een andere school. Bij de beoordeling van de doorstroomtoets in het primair onderwijs is de leraar helemaal niet betrokken. In dit geval wordt de beoordeling uitgevoerd door de opsteller van de toets. Om te bepalen in hoeverre de leraar autonomie heeft bij het beoordelen van examens, is het dan ook van belang om vast te stellen welke actor of welke actoren het examen beoordelen en welke rol de leraar daarbij speelt.
Naast de actor die de beoordeling uitvoert, is het van belang te onderzoeken op welke wijze het examen wordt beoordeeld. Hierbij is voornamelijk van belang wie het antwoordmodel opstelt. Doorgaans stelt degene die het examen opstelt, ook het antwoordmodel vast. Bij het centraal examen in het voortgezet onderwijs stelt het CvTE bijvoorbeeld het centraal examen en het bijbehorende antwoordmodel op. Dit kan de leraar beperken in zijn beoordelingsruimte omdat hij in beginsel niet kan afwijken van het antwoordmodel.
Uit dit hoofdstuk zal blijken dat verschillende motieven een rol spelen bij de vraag wie het examen moet beoordelen. Voor de leraar als examinator wordt gekozen, als belang wordt gehecht aan het oordeel van diegene die de leerling goed kent en als hij zijn ervaring met de leerling moet meewegen in zijn beoordeling. In het kader van uniformiteit en het bewaken van de kwaliteit wordt ervoor gekozen een examinator van buiten de school aan te wijzen om het examen (mede) te beoordelen. Hiermee wordt de beoordeling minder afhankelijk van de betreffende leraar of school waar de leerling studeert, wordt geborgd dat elke leerling op dezelfde wijze wordt beoordeeld en dit zorgt ervoor dat elke leerling over een bepaald minimum van kennis, inzicht en vaardigheden beschikt.