Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/28.7
28.7 Gebruik van een buurweg
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS488466:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Beekhuis 1977 (3-II), p. 147. De weg kan zowel binnen als buiten de bebouwde kom gelegen zijn, aldus Veegens/Oppenheim 1925, p. 115.
Hof ’s-Gravenhage 31 maart 1913, NJ 1913, 526; HR 6 maart 1914, NJ 1914, 625.
Hof Leeuwarden 21 november 1928, NJ 1929,783.
Asser/Beekhuis 1977 (3-II), p. 148.
Zie art. 1248 Ontwerp 1820, art. 757 Ontwerp 1830, zoals hiervoor aangehaald.
HR 18 mei 1923, 916: Feitelijk hoeft de nabuur van de weg geen gebruik te maken: HR 25 mei 1917, NJ 1917, p. 736.
Hof Amsterdam 31 oktober 1913, NJ 1914, 868; Hof Leeuwarden 13 februari 1946, NJ 1947, 400.
HR 23 mei 1913, NJ 1913,741; HR 3 december 1965, NJ 1967, 41. Anders Rb. Breda 17 november 1914, NJ 1915, 49, HR 12 februari 1999, NJ 2000,17.
HR 11 juni 1915, NJ 1915, 902; Hof Amsterdam 31 oktober 1913, NJ 1914, 868; Asser/Beekhuis 1997 (3-II), p. 150.
Hof 's-Hertogenbosch 19 januari 1915, NJ 1915,953.
HR 5 juni 1914, NJ 1914, 845.
HR 11 juni 1915, NJ 1915,902.
Hof Amsterdam 21 februari 1916, NJ 1916, 823.
Rb. Amsterdam 19 februari 1917, NJ 1917, 513.
HR 11 juni 1915, NJ 1915,903.
Uit het gebruik van het woord ‘weg’ volgt al een nadere aanduiding van de aard van het gebruik. Het betreft hier een gedeelte van de grond dat blijkens haar uiterlijke toestand bestemd is voor verkeer.1 Hieronder kan – naast een ‘landweg’ – ook worden begrepen een ‘waterweg’.2 Of de weg verhard is of niet dan wel deels wel en deels niet, is niet van belang.3 Volgens Asser/Beekhuis kan onder ‘weg’ ook een brug worden verstaan.4
De buren moeten over deze weg de openbare weg kunnen bereiken.5 Vervolgens dient de weg bestemd te zijn om gebruikt te worden door twee of meer ‘buren’.6
Het is overigens niet nodig dat de weg de enige uitweg vormt.7 Voorts zal de aard en de omvang van het gebruik worden bepaald door de bestemmingshandeling.8
Ook hier zal uit het feitelijk gebruik een plaatselijke gesteldheid een vermoeden ten aanzien van de aard en omvang van het gebruik kunnen worden afgeleid.9 Ook wordt gewicht toegekend aan de aard van de weg. Een buurweg van 4.53 meter breed mag ook met kar en paard betreden worden, zolang het tegendeel niet wordt bewezen.10
Wordt een erf verhuurd dan komt het recht van buurweg aan de huurder toe, tenzij bij de huurovereenkomst anders is bedongen. De eigenaar blijft bevoegd om, indien de buurweg wordt betwist en indien de huurder in verband daarmee in zijn genot van de buurweg wordt geschonden om erkenning van zijn recht te vorderen en opheffing van belemmeringen te vorderen.11
Een eigenaar zou de weg mogen versmallen mits dit maar geen afbreuk doet aan de rechten van de naburen.12
Afsluiting door een eigenaar van de weg werd aan deze ontzegd om reden dat die afsluiting voor de andere buren het gebruik van de weg te zeer zou bemoeilijken.13
Het aanbrengen van getimmerten boven de buurgang is verboden indien de rechten van de nabuur worden gehinderd.14
Het aanbrengen van klimopin de buurgang, het bouwen van een dak op de rijwielbergplaats en het afbreken van een houten schutting betekenen dat weliswaar het gebruik van de gang in geringe mate wordt bemoeilijkt maar er is geen sprake van vernietiging, verlegging van de gang noch onttrekking van de bestemming.
Art. 739 BW (oud) mag niet analogisch worden toegepast.15