Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/1.4.2.1
1.4.2.1 Extraterritoriale toepassing
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS581144:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Zie art. 299 lid 1 EG.
HvJ EG 27 september 1988, gevoegde zaken 89/85, 104/85, 114/85, 116/85, 117/85 en 125/ 85-129/85 (Houtslijp), Jur. 1988, p. 5193.
GvEA EG 25 maart 1999, zaak T-102/96 (Gencor), Jur. 1999, p. II-753.
Zie ook reeds HvJ EG 21 februari 1973, zaak 6/72 (Continental Can), Jur. 1973, p. 215. In Continental Can oordeelde het HvJ EG dat op een verrichting die de marktverhoudingen binnen de gemeenschap beïnvloedt, het gemeenschapsrecht van toepassing is ongeacht de vraag of de ondernemer op het grondgebied van een der lidstaten is gevestigd.
Kamerstukken II 1995/96, 24 707, nr.3, p. 10 (MvT). In de MvT wordt ook verwezen naar HvJ EG 27 september 1988, gevoegde zaken 89/85, 104/85, 114/85, 116/85, 117/85 en 125/ 85-129/85 (Houtslijp), Jur. 1988, p. 5193.
Het Europees mededingingsrecht is van toepassing op het grondgebied van de EG.1 Ten aanzien van niet binnen de EG gevestigde ondernemingen wordt het toepassingsbereik van het Europees kartelverbod (artikel 81 EG) en het Europees verbod om misbruik te maken van een economische machtspositie (artikel 82 EG) in beginsel bepaald door het territorialiteitsbeginsel. Het HvJ EG heeft in de zaak Houtslijp aanvaard dat de communautaire mededingingsregels van toepassing kunnen zijn op buiten de Gemeenschap gevestigde ondernemingen, wanneer de mededingingsbeperkende overeenkomst (in Houtslijp een prijsafspraak) binnen de Gemeenschap ten uitvoer wordt gelegd.2 Bij de sanctionering van kartels komt het volgens het HvJ EG aan op de plaats waar het betrokken kartel in praktijk wordt gebracht (de plaats waar aan het kartel uitvoering wordt gegeven) en niet op de plaats waar het is gevormd.
In de zaak Gencor lijkt het GvEA EG voor wat betreft de communautaire regels inzake concentratiecontrole verder te gaan dan het territorialiteitsbeginsel en een criterium te hanteren dat gelijk kan worden gesteld aan de effectleer (dat wel wordt gezien als een ruime uitleg van het territorialiteitsbeginsel). Het GvEA EG heeft in de zaak Gencor verklaard dat de toepassing van de communautaire regels inzake concentratiecontrole op fusies tussen ondernemingen die buiten de Europese Unie gevestigd zijn 'volkenrechtelijk gerechtvaardigd [is], wanneer voorzienbaar is, dat een voorgenomen concentratie onmiddellijke en wezenlijke gevolgen in de Gemeenschap zal hebben.3
De vestigingsplaats van de betrokken onderneming doet niet ter zake voor het toepassingsbereik van het Europees mededingingsrecht.4 Zo zal bijvoorbeeld het Europees mededingingsrecht van toepassing zijn op een in de Verenigde Staten gevestigde onderneming indien een mededingingsbeperkende overeenkomst op de interne markt ten uitvoer wordt gelegd.
De Mededingingswet is van toepassing op gedragingen die op Nederlands grondgebied plaatsvinden. Voor de verdere toepasselijkheid van de Mededingingswet is door de wetgever aangesloten bij de Europese jurisprudentie.5 Zo zal bijvoorbeeld het Nederlands mededingingsrecht van toepassing zijn op een in de Verenigde Staten gevestigde onderneming indien een mededingingsbeperkende overeenkomst op (een deel van) de Nederlandse markt ten uitvoer wordt gelegd. Het Europees mededingingsrecht zal daarnaast van toepassing kunnen zijn afhankelijk van de vraag of á dan niet wordt voldaan aan het interstatelijkheidsvereiste, zie § 1.4.2.2.