Heffingsmethoden, een valse dichotomie?
Einde inhoudsopgave
Heffingsmethoden, een valse dichotomie? (FM nr. 156) 2019/1.8:1.8 Hoofdstukindeling
Heffingsmethoden, een valse dichotomie? (FM nr. 156) 2019/1.8
1.8 Hoofdstukindeling
Documentgegevens:
Dr. H.M. Roose, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
Dr. H.M. Roose
- JCDI
JCDI:ADS449680:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Om de centrale onderzoeksvraag te beantwoorden heb ik de in paragraaf 1.5 reeds genoemde onderzoeksvragen als uitgangspunt genomen voor de hoofdstukindeling. Allereerst onderzoek ik in hoofdstuk 2 hoe de heffingsmethoden zoals we die thans in Nederland kennen, zijn ontstaan. Verder onderzoek ik in dat hoofdstuk waarom er meerdere heffingsmethoden zijn. In hoofdstuk 3 ga ik na hoe de Nederlandse heffingsmethoden ten opzichte van elkaar zijn te positioneren. Daartoe vergelijk ik ze op vier kernelementen (het doen van aangifte, het toezicht, de betaling en boeten). Eén van die kernelementen, het toezicht, onderwerp ik vervolgens in hoofdstuk 4 aan een verdiepend onderzoek ten aanzien van de ontwikkelingen die zich daarbinnen hebben voorgedaan. Daarbij ga ik na wat de gevolgen daarvan zijn voor de onderlinge positionering van de heffingsmethoden. In hoofdstuk 5 onderzoek ik welke heffingstechnieken in andere landen worden toegepast en in hoeverre daarin sprake is van uniformiteit. Daarin betrek ik ook de vraag in hoeverre de Nederlandse heffingsmethoden vanwege te vergelijken zijn met de in het buitenland toegepaste technieken. In hoofdstuk 6 ga ik ten slotte na op grond waarvan de keuze wordt gemaakt voor een bepaalde heffingsmethode bij invoering van een belasting dan wel een latere omzetting. Op basis daarvan presenteer ik een aanzet voor een afwegingskader. Dit proefschrift sluit ik in hoofdstuk 7 af met de conclusies die uit dit onderzoek kunnen worden getrokken en met een aantal aanbevelingen voor toekomstig onderzoek.