Einde inhoudsopgave
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/V.3.3.1
V.3.3.1 Het bestuursrechtelijke overtredersbegrip
mr. T.R. Bleeker LLM, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. T.R. Bleeker LLM
- JCDI
JCDI:ADS460320:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Het begrip ‘functionele dader’ wordt gebruikt als synoniem voor ‘functionele pleger’, maar strikt genomen is dit eerste begrip meeromvattend. Zie par. II.3.4.2 voor nadere toelichting.
Kamerstukken II 2003/04, 29 702, nr. 3, p. 78-79. Curs. TRB.
Kamerstukken II 2003/04, 29 702, nr. 3, p. 79. Curs. TRB.
Kamerstukken II 2005/06, 29702, nr. 7, p. 30; Kamerstukken I, 2008/09, 29702, nr. E, p. 11 en Kamerstukken II 2003/04, 29 702, nr. 3, p. 79 onder verwijzing naar HR 17 november 1981, ECLI:NL:HR:1981:AC7387, NJ 1983/84 (Containerdiefstal). Het huidige standaardarrest is HR 2 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3474, NJ 2015/390, m.nt. Mevis (Overzichtsarrest medeplegen).
Zie bijvoorbeeld ABRvS 18 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2429, AB 2018/405, m.nt. Stijnen en CBb 29 oktober 2014, ECLI:NL:CBB:2014:395, JBO 2014/225.
HR 16 december 1986, ECLI:NL:PHR:1986:AC9607, NJ 1987/321 en 322, m.nt.’t Hart (Slavenburg II).
Ook in het bestuursrecht zijn er verschillende manieren waarop een leidinggevende milieunormen kan overtreden. Over de vereisten voor overtrederschap in het bestuursrecht kan ik kort(er) zijn, want bij de codificatie van het bestuursrechtelijke overtredersbegrip in de Vierde tranche Awb heeft de wetgever aansluiting gezocht bij het strafrecht.
Artikel 5:1 lid 2 Awb bepaalt allereerst dat onder een overtreder wordt verstaan: ‘degene die de overtreding pleegt of medepleegt’. Voor de nadere invulling van de overtrederschapsvorm plegen, verwijst de wetgever naar strafrechtelijke jurisprudentie: “[s]edert het befaamde IJzerdraad-arrest (..) staat evenwel vast dat ook de zogenoemde functionele dader1 een strafbaar feit kan plegen. (..) In het bestuursrecht behoort dit niet anders te zijn.”2 In dezelfde passage van de memorie van toelichting schetst de wetgever aan de hand van het IJzerdraad-arrest het beschikkings- en aanvaardingscriterium voor de toerekening van een verboden gedraging. Wat ik heb geschreven over de strafrechtelijke toerekeningsformule gaat in principe dus ook op voor de functionele pleger in het bestuursrecht.
De volgende overweging van de wetgever omtrent functioneel daderschap is nog het vermelden waard: “Dit betekent dat in veel gevallen een bedrijf of instelling of de leiding van een bedrijf of instelling als overtreder zal kunnen worden aangemerkt, ook al is de gedraging in fysieke zin gepleegd door een werknemer (..) of opdrachtnemer (..). Het behoeft geen betoog dat dit voor de handhaving van grote delen van het bestuursrecht van groot belang is.”3 In de wetsgeschiedenis wordt functioneel plegen dus expliciet benoemd als grondslag voor de bestuursrechtelijke aansprakelijkheid van leidinggevenden binnen een onderneming.
Over de andere overtrederschapsvorm van artikel 5:1 lid 2 Awb kan ik ook kort zijn: uit de parlementaire geschiedenis blijkt namelijk dat de wetgever ook voor medeplegen aansluiting zoekt bij het strafrecht. In de memorie van toelichting herhaalt de wetgever onder verwijzing naar het toenmalige strafrechtelijke standaardarrest voor medeplegen de eerder besproken criteria van ‘nauwe en bewuste samenwerking’.4 De strafrechtelijke toets voor medeplegen is ook in de bestuursrechtspraak omarmd.5
Vervolgens bepaalt artikel 5:1 lid 3 dat ‘overtredingen kunnen worden begaan door natuurlijke personen en rechtspersonen’, en in hetzelfde lid wordt ‘artikel 51, tweede en derde lid, van het Wetboek van Strafrecht van overeenkomstige toepassing’ verklaard. Reeds in de wettelijke definitie van het bestuursrechtelijke overtredersbegrip wordt dus expliciet aangeknoopt bij de strafrechtelijke regeling voor feitelijk leidinggeven (art. 51 lid 2 Sr). De eerder besproken Slavenburg-toets kan daarom ook in het bestuursrecht worden gebruikt om vast te stellen of een natuurlijke persoon feitelijk leiding heeft gegeven aan een milieuovertreding binnen de rechtspersoon.6 Bezien vanuit de wetsgeschiedenis en de wettelijke regelingen, zijn er dus grote overeenkomsten tussen bestuursrechtelijk overtrederschap en stafrechtelijke daderschap.