Conversie en aandelen
Einde inhoudsopgave
Conversie en aandelen (VDHI nr. 149) 2018/16.2.3:16.2.3 Inningsbevoegdheid
Conversie en aandelen (VDHI nr. 149) 2018/16.2.3
16.2.3 Inningsbevoegdheid
Documentgegevens:
mr. P.H.N. Quist, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. P.H.N. Quist
- JCDI
JCDI:ADS363358:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De inningsbevoegdheid van een verpande vordering komt na mededeling van de verpanding aan de vennootschap toe aan de pandhouder (3:246 lid 1 BW). De pandgever kan deze bevoegdheid na mededeling van de verpanding aan de schuldenaar slechts uitoefenen met toestemming van de pandhouder of machtiging van de kantonrechter (3:246 lid 4 BW). Zo lang mededeling aan de schuldenaar niet is geschied, komt de inningsbevoegdheid uitsluitend aan de pandgever toe. Aan degene aan wie de inningsbevoegdheid toekomt, komt ook het recht toe de vordering op te zeggen wanneer deze niet opeisbaar is maar door opzegging opeisbaar gemaakt kan worden. Van deze bevoegdheid mag niet nodeloos gebruikgemaakt worden (3:246 lid 2 BW). Rusten op een vordering meer dan één pandrecht, dan komen deze rechten aan de hoogste gerangschikte pandhouder toe. (3:246 lid 3 BW).