Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/13.9.1:13.9.1 Zakenrechtelijke rechtshandeling of niet?
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/13.9.1
13.9.1 Zakenrechtelijke rechtshandeling of niet?
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS483593:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Eerst in de laatste fase van de parlementaire geschiedenis is naar mijn oordeel de ware (zakenrechtelijke) aard van de bestemmingsovereenkomst onderkend. We moeten spreken van een overeenkomst met zakenrechtelijke gevolgen. De aard van de mede-eigendom verandert zodanig dat er zakenrechtelijk gesproken dient te worden van een ander goed. Voorts blijkt dit uit de tekst van art. 5:60. Dit treft zowel de onroerende zaak, als het onverdeelde aandeel daarin.
Is deze overeenkomst aan te merken als een zakelijke overeenkomst? Bevestigende beantwoording is – evenals ten aanzien van de vraag of de rechtshandeling houdende splitsing in appartementsrechten door de eigenaren van een gebouw – mogelijk mits wij maar niet de ‘beperkte’ omschrijving van bijvoorbeeld Koster en Snijders/Rank-Berenschot volgen en bereid zijn deze omschrijving uit te breiden:
Er staan geen verkrijger en vervreemder tegenover elkaar. We spreken van een ‘Gesamtakt’.
De wil van partijen is primair gericht op het bestemmen van een onroerende zaak tot gemeenschappelijk nut. Door vervolgens de formaliteiten van art. 5:60 in acht te nemen ontstaat mandeligheid.