Einde inhoudsopgave
Cessie (O&R nr. 70) 2012/VIII.11.5.1
VIII.11.5.1 Inleiding
mr. M.H.E. Rongen, datum 01-10-2011
- Datum
01-10-2011
- Auteur
mr. M.H.E. Rongen
- JCDI
JCDI:ADS356429:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Voetnoten
Voetnoten
Zie art. 2 lid 1 WBP. Zie verder in verband met de reikwijdte van de wet: de artikelen 2 leden 2 en 3 en 3-5 WBP.
Zie art. 9 lid 1 WBP.
De “verantwoordelijke” is de natuurlijke persoon, rechtspersoon of ieder ander die of het bestuursorgaan dat, alleen of samen met anderen, het doel van en de middelen voor de verwerking van persoonsgegevens vaststelt. Zie art. 1 (d) WBP. De WBP is onder meer van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens in het kader van activiteiten van een vestiging van een verantwoordelijke in Nederland.
844. Informatieverschaffing en Wet Bescherming Persoonsgegevens. Wat men zich in de praktijk niet altijd realiseert, is dat het verstrekken aan de cessionaris/pandhouder van persoons- en adresgegevens van natuurlijke personen een verwerking is van persoonsgegevens die onder de Wet Bescherming Persoonsgegevens kan vallen (hierna: “WBP”). In deze paragraaf zal een aantal aspecten van de WBP worden besproken.
De WBP is van toepassing op de geheel of gedeeltelijk geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens, alsmede op de niet geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens die in een bestand zijn opgenomen of die bestemd zijn om daarin te worden opgenomen.1 Een “persoonsgegeven” is elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon.2 Onder “verwerking van persoonsgegevens” wordt verstaan: elke handeling of elk geheel van handelingen met betrekking tot persoonsgegevens. De wet noemt vervolgens, niet limitatief, een aantal voorbeelden, waaronder het verzamelen, vastleggen, ordenen, bewaren, raadplegen, gebruiken en verstrekken van gegevens.3
845. Voorwaarden voor een rechtmatige verwerking van persoonsgegevens. Een verwerking van persoonsgegevens dient rechtmatig te zijn. In hoofdstuk 2 van de WBP worden voorwaarden gesteld voor een rechtmatige verwerking van persoonsgegevens. Persoonsgegevens dienen in overeenstemming met de wet en op behoorlijke wijze te worden verwerkt.4 Persoonsgegevens mogen enkel voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden worden verzameld5 en mogen enkel verder worden verwerkt op een wijze die in overeenstemming is met de doeleinden waarvoor ze zijn verkregen.6 Het uitgangspunt is dat persoonsgegevens alleen mogen worden verwerkt, indien de betrokkene – i.e. degene op wie een persoonsgegeven betrekking heeft7 – daarvoor zijn ondubbelzinnige toestemming heeft verleend.8 De wet bevat echter nog een aantal andere grondslagen voor een rechtmatige verwerking van persoonsgegevens, zoals (kort gezegd) het feit dat de gegevensverwerking noodzakelijk is voor de uitvoering van een overeenkomst waarbij de betrokkene partij is9 en het feit dat de gegevensverwerking noodzakelijk is voor de behartiging van het gerechtvaardigde belang van de “verantwoordelijke”10 of van een derde aan wie de gegevens worden verstrekt.11