Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/3.3.3.3
3.3.3.3 Juridische juistheid
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661252:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Voetnoten
Voetnoten
Taalgebruik Belastingdienst (geraadpleegd april 2020); Communicatierichtlijnen voor Belastingdienstteksten 2014 (‘juridische juistheid’, ‘fiscaal juist’); Inhoud Taalgebruik Belastingdienst (laatstelijk geraadpleegd april 2020); Belastingdienst Beleidsplan Diensten en communicatie 1995-1999, p. 12; Belastingdienst Beleidsplan Communicatie en Dienstverlening 1998-2002, par. 6.3.
Bijv. Belastingdienst, Visie en ambitie dienstverlening 2021, p. 3: ‘juiste, relevante en begrijpelijke informatie’.
Communicatierichtlijnen voor Belastingdienstteksten 2014 (‘juridische juistheid’, ‘fiscaal juist’); Belastingdienst Beleidsplan Diensten en communicatie 1995-1999, p. 12; Belastingdienst Beleidsplan Communicatie en Dienstverlening 1998-2002, par. 6.3; Belastingdienst, Bedrijfsplan 2003-2007, onder ‘Gewone dingen’ (‘inhoudelijk en actueel juist, taal- en rekenkundig correct en passend en correct weergegeven’). Bovendien vindt de Belastingdienst het belangrijk om contact met belastingplichtigen zonder fouten af te handelen (zie onderdeel ‘Noties’).
In de brief van de staatssecretarissen van Financiën Vijlbrief en Van Huffelen van 27 februari 2020, kenmerk 2020-0000044147, vraag 19 komt aan de orde hoe wordt gecontroleerd of de Belastingdienst zich aan de wet houdt.
Belastingdienst Beleidsplan Diensten en communicatie 1995-1999, p. 12; Belastingdienst Beleidsplan Communicatie en Dienstverlening 1998-2002, par. 6.3.
Zie paragraaf 2.5.2 met verwijzingen aldaar. Vgl. Belastingdienst Beleidsplan Communicatie 2011-2015, par. 3.2, waarin staat dat de informatie vaak eerst bewerking vraagt voordat zijn doelgroepen daar iets aan hebben.
Communicatierichtlijnen voor Belastingdienstteksten 2014.
Belastingdienst Bedrijfsplan Externe communicatie 2003-2007, par. 1.2: ‘Het uitgangspunt ‘op maat’ wil zeggen dat de belastingplichtige niet te weinig, maar zeker ook niet te veel informatie te verwerken krijgt. Communicatie zal daarom meer worden toegespitst op de specifieke situatie of interesse van de ontvanger.’
Belastingdienst, Taal- en Tekstafspraken 2014, p. 8.
Belastingdienst Beleidsplan Communicatie 2011-2015, par. 4.4.
Of informatie op het verkeerde moment. De Belastingdienst wil daarom in zijn communicatie aansluiten bij ‘fiscale momenten’ (aanleidingen voor informatie zoals nieuwe wetgeving of ‘life events’ als echtscheiding); Belastingdienst Beleidsplan Diensten en communicatie 1995-1999, p. 11; Belastingdienst Beleidsplan Diensten en communicatie 1996-2000, par. 2.2 en 6.4. Belastingdienst Beleidsplan Communicatie 2011-2015, par. 3.5 worden in het kader van doelen van communicatie ‘drie basisconcepten’ genoemd: ‘ pro-actieve service, zelfservice en persoonlijke service’.
Belastingdienst Beleidsplan Diensten en communicatie 1995-1999, p. 11 en par. 5.2 (het ’80/20 niveau’).
Kamerstukken II 2015/2016, 31 935, nr. 27, p. 13: ‘De Belastingdienst biedt steeds meer mogelijkheden om digitaal aan informatie te komen. Zo is in januari van dit jaar de verbeterde website van de Belastingdienst live gegaan. De website is ingedeeld naar thema’s (bijvoorbeeld nabestaanden, echtscheiding). Daardoor kunnen burgers en bedrijven met een beperkt aantal «clicks» informatie vinden op verreweg de meeste (het doel is 80%) van hun actuele fiscale – en toeslageninhoudelijke vragen.’
De 7e Halfjaarsrapportage van de Belastingdienst (2010), par. 2.3 vermeldt dat de doelstelling bij de BelastingTelefoon is dat de eerstelijnsmedewerker ‘ten minste 80% van de vragen zelfstandig kunnen worden beantwoord’. De overige vragen worden doorgezet naar een gespecialiseerde medewerker.
Rijksbegroting 2021 (Ministerie van Financiën), Kamerstukken II 2020/2021, 35570 IX, nr. 2, p. 90.
De Belastingdienst wil immers [z]eker niet (…) teveel, niet relevante of ontoegankelijke informatie (…) verstrekken’, vgl. o.a. Belastingdienst Beleidsplan Diensten en communicatie 1995-1999, p. 11.
Ten aanzien van de eis van juridische juistheid kan uit de Communicatierichtlijnen worden afgeleid dat het erom gaat dat informatie ‘inhoudelijk juist’ moet zijn.1 Dat is niet geconcretiseerd, maar op andere plaatsen wordt gesproken van bijvoorbeeld ‘juiste’ informatie’,2 ‘juridische juistheid’, ‘fiscaal juist’ en ‘fiscaal-juridisch juist’.3 Ik veronderstel dan ook dat deze norm betekent dat de informatie inhoudelijk correct moet zijn, dus in lijn met geldende fiscale wet- en regelgeving en jurisprudentie.4
In de communicatiebeleidsplannen van eind jaren 90 wordt de samenhang tussen juistheid, volledigheid en begrijpelijkheid toegelicht:
‘De fiscaal-juridische inhoud van elk communicatiemiddel moet juist en ondubbelzinnig zijn; de communicatiemiddelen zijn samen fiscaal-juridisch volledig. Maar tegelijkertijd moeten de fiscaal-juridische aspecten voor de belastingplichtigen duidelijk zijn. Een tekst moet begrijpelijk zijn. De kwaliteit en effectiviteit van de informatiedragers is pas voldoende als ze inhoudelijk fiscaal-juridische [sic] juist, ondubbelzinnig èn begrijpelijk zijn.’5
Belangrijke vraag is hoe juridische juistheid zich verhoudt tot volledigheid (paragraaf 2.5.2.2). Voorlichting zal naar zijn aard doorgaans immers geen letterlijk kopie van de wettekst zijn.6 Hoe gaat de Belastingdienst daarmee om? Beschrijft de Belastingdienst slechts de hoofdregel of ook details? Wat te doen met uitzonderingen, en de uitzonderingen op de uitzonderingen?
Hoeveel informatie is ‘volledig’ en/of ‘voldoende’?
Informatie moet volledig zijn. Algemeen uitgangspunt is dat de Belastingdienst ‘toegankelijke informatie op hoofdlijnen’ geeft, ‘kort en bondig, puntsgewijs’.7 Burgers moeten niet te veel maar ook niet te weinig informatie krijgen.8 Teksten moeten, aldus de Taal- en Tekstrichtlijnen voor Belastingdienstteksten, ‘precies voldoende informatie verschaffen. Hoeveel informatie dat is, hangt af van de situatie.’9
In het Communicatiebeleidsplan 2011-2015 wordt bij het ‘doseren van informatie voor burgers de ‘gemakzoekende’ burger’ als vertrekpunt genomen.10 Informatie op de website of in een brochure moet hem met ‘een minimale inspanning verder helpen’. Vervolgens is er aanvullende informatie voor burgers die een grotere, veeleisendere informatiebehoefte hebben.
Wat in ieder geval niet bijdraagt aan begrijpelijkheid, is burgers ‘overladen’ met te veel informatie of niet relevante informatie.11 Oftewel, te veel informatie botst met begrijpelijkheid. Tegen deze achtergrond was in het communicatiebeleid in de jaren 90 een 80/20-regel geformuleerd.
‘Alle communicatiemiddelen bevatten voor 80% van de doelgroep precies genoeg informatie, niet te veel, niet te weinig. De overige 20% van de doelgroep (waarvoor overigens meestal 80% van de passages in de wet- en regelgeving geschreven is) vormen uitzonderingen.’12
Recenter kwam in het kader van de Beleidsdoorlichting Dienstverlening 2015 aan bod dat bij de website de koers is dat burgers ‘met een beperkt aantal «clicks» informatie vinden op verreweg de meeste (het doel is 80%) van hun actuele fiscale – en toeslageninhoudelijke vragen’.13 Ook bij de BelastingTelefoon is uitgangspunt dat 80% direct kan worden geholpen.14
Kortom, het beeld rijst dat voorlichting er – in termen van juistheid en volledigheid – op is gericht dat het voor het overgrote deel van de doelgroep (genoemd is 80%) precies de juiste hoeveelheid informatie bevat. Dan moet het voldoende zijn voor de burger om effectief te worden geïnformeerd, al dan niet na enkele (extra) ‘clicks’ op de website. Voldoende geïnformeerd, zo wordt gedefinieerd in de reeds genoemde kwaliteitseisen, ‘betekent dat ze weten wat ze moeten doen en hoe ze het moeten doen’.15 Voor de overige 20% is dan aanvullende informatie nodig (zoals doorschakelen met een specialist bij de BelastingTelefoon). Helder is in ieder geval dat een identieke weergave van de belastingwet niet realistisch of wenselijk is, want daarmee schiet de Belastingdienst zijn voorlichtingsdoel voorbij.16