Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/2.6.1.1
2.6.1.1 Tekortkomingen in voorlichting
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661575:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Voetnoten
Voetnoten
Zie Boer 2013, p. 61; Monroe 2017, p. 103: ‘Another way to conceptualize this (…) is to think of IRS publications as translations of substantive tax law’; Schut 1974, par. 5-6; Damen 2018 p. 43 87, 90-91, p. 98-99 acht sprake van communicatie die lost in translation raakt in gevallen waarin er iets mis is gegaan wanneer een bestuursorgaan in de uitvoeringssfeer wetgeving vertaalt naar burgers: hetzij naar het concrete geval van een burger (zoals bij telefonische individuele informatieverstrekking of een individuele beschikking), hetzij naar burgers in het algemeen, zoals bij informatieverstrekking op bijvoorbeeld een website of brochure.
Happé 1996 p. 164.
Hof ’s-Hertogenbosch 3 maart 2017, nr. 16/00249, V-N 2017/25.17, r.o. 4.8, waarin het Hof spreekt van ‘onjuiste, onvolledige of onduidelijke voorlichting door de fiscus’. Van de Sande 2019, par. 1.5.2.
Vgl. de redactie in V-N 2010/50.9: ‘De Hoge Raad spreekt (…) in dit verband van 'onjuiste voorlichting.' Dat lijkt ons een vergissing. De voorlichting bij het teruggaafformulier was, zoals eerder in dit arrest is overwogen, niet zozeer onjuist als (te) algemeen gesteld en onvolledig.’; zie r.o. 2.12 van de rechtbankuitspraak in Hof ’s-Hertogenbosch 21 februari 2019, 18/00297, V-N 2019/27.18.5, r.o. 4.1; Vgl. commentaar Van Arnhem in NTFR 2017/1222: ‘Die informatie [op de website van de Belastingdienst] kan immers, ook als deze niet onjuist is, onvolledig zijn en daardoor niet alle mogelijke situaties bestrijken.’
Deels gebaseerd op Cramwinckel 2020, par. 4.1.
Tekortkomingen in voorlichting kunnen worden beschreven vanuit het onderliggende idee dat de Belastingdienst bepaalde ‘ingrepen’ toepast om in voorlichting een begrijpelijke en toegankelijke weergave van de onderliggende wet- en regelgeving te geven (het idee van een ‘vertaling’1). Happé ziet dan diverse potentiële tekortkomingen:
‘Het kan vervolgens echter geen verwondering wekken dat deze voorlichting soms onduidelijkheden bevat. Vaak moet immers, om de betekenis van allerlei wettelijke bepalingen te verduidelijken voor niet-juridisch geschoolden, het taalgebruik minder juridisch van aard zijn. Ook zullen allerlei specifieke, uitzonderlijke situaties in dergelijke toelichtingen niet aan bod kunnen komen. Ten slotte zullen ook vergissingen voorkomen met alle gevolgen van dien voor de belastingplichtigen, die vaak geen andere keuze hebben dan de toelichtingen nauwgezet te volgen.’2
Onvolkomenheden in voorlichting kunnen dus worden veroorzaakt door onder andere minder juridisch taalgebruik, een nadruk op hoofdlijnen of (onbedoeld) gemaakte fouten of vergissingen. Een en ander kan leiden tot voorlichting die onvolledig, onjuist, onduidelijk of een combinatie3 daarvan is.4 Een strikte afbakening hiertussen is niet goed mogelijk, want dit zou inzicht vereisen in ‘het hoofd’ van de voorlichter (bijv. is een onjuistheid in voorlichting het gevolg van een bewuste vereenvoudiging, een verkeerde rechtsopvatting of simpelweg een onbedoelde vergissing? (paragraaf 4.6.2).
Hierna rangschik ik voorbeelden van tekortschietende voorlichting naar het type ‘ingreep’ dat de Belastingdienst toepast in de vertaling van de wet.5