Achtergestelde vorderingen (O&R)
Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/5.5.5.3:5.5.5.3 Afhankelijkheid
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/5.5.5.3
5.5.5.3 Afhankelijkheid
Documentgegevens:
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186591:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Anders naar Belgisch recht: Swinnen 2014, nr. 139-140. Het blijft echter onduidelijk welk recht hij meent dat de junior of de senior aan de achterstelling kan ontlenen.
Zie par. 5.3.5 en 5.5.5.2.
Zie bijvoorbeeld Rb. Utrecht 29 oktober 2008, NJF 2008/530 (Hoogstraten/ Telematch), r.o. 4.5.
Dit geval deed zich voor in Rb. Utrecht 29 oktober 2008, NJF 2008/530 (Hoogstraten/Telematch), r.o. 4.5.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
268. Het voortbestaan van de eigenlijke achterstelling bij overgang van de seniorvordering is nauw verbonden met de vraag of de eigenlijke achterstelling de junior of de senior een recht oplevert dat aan de seniorvordering is verbonden als een afhankelijk recht. Dat is niet het geval.1
Afhankelijke rechten verbonden aan vorderingen zijn nevenrechten.2 De reden waarom de senior aan de achterstelling geen nevenrechten kan ontlenen sluit dus ook uit dat hij daaraan rechten kan ontlenen die afhankelijke rechten bij zijn vordering zijn. Die reden is dat een eigenlijke achterstelling in de hier verdedigde kwalificatie slechts een wijziging van het verhaalsrecht van de junior is. Dat levert noch de junior noch de senior een apart recht op.3 Daarom schept een eigenlijke achterstelling geen afhankelijke rechten.
269. Nauw hiermee verbonden is de vraag of de achtergestelde vordering alleen is achtergesteld bij de seniorvorderingen die bestaan op het moment van totstandkoming van de achterstelling, of ook bij latere seniorvorderingen. Dit bepaalt ook of de achterstelling tenietgaat als de senior op enig moment niets van de gemeenschappelijke schuldenaar te vorderen heeft. Dat hangt af van de uitleg van de concrete achterstellingsovereenkomst.
Stel dat de junior zijn vordering heeft achtergesteld bij de vordering die een bank heeft op de gemeenschappelijke schuldenaar uit hoofde van een doorlopend krediet waarvan de hoogte fluctueert. Op enig moment na het aangaan van de achterstellingsovereenkomst heeft de bank niets te vorderen van de schuldenaar maar weer later weer wel. Om op enig moment na de nulstand vast te stellen of de juniorvordering is achtergesteld bij de op dat moment bestaande seniorvordering moet worden vastgesteld of het verhaalsrecht van de senior valt onder de verhaalsrechten ten opzichte waarvan de junior het zijne in rang heeft verlaagd.4 Dit is een kwestie van uitleg van de achterstellingsovereenkomst.
Veel achterstellingsovereenkomsten bevatten ‘bankachterstellingen’. Daarin stelt de junior zijn vordering achter bij alle vorderingen die de senior op enig moment op de gemeenschappelijke schuldenaar mocht hebben. In dat geval gaat de achterstelling niet teniet als de senior op enig moment niets te vorderen heeft van de schuldenaar. Dat kan anders zijn als de junior zijn vordering heeft achtergesteld bij een nauwkeuring omschreven vordering van de senior en de vordering die de senior na de nulstand heeft niet aan die omschrijving voldoet.5 De junior heeft zijn vordering dan simpelweg nooit achtergesteld bij de tweede vordering van de senior.
Hetzelfde geldt overigens voor het geval dat de junior op enig moment niets te vorderen heeft en daarna weer wel. Ook dan is het een kwestie van uitleg of de achterstelling de tweede vordering van de junior omvat.