Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/271
271 Individualisering van de transparantieverplichtingen
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS364148:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
1 Zie randnummer 199.
Zie over de opkomst van de benadering van bezoldiging als managementtool, randnummer 68 e.v.
Daardoor ontstaan er bijvoorbeeld verplichtingen om inzicht te verschaffen in aandelen- en optieregelingen. Hoewel er in het algemeen geen bezwaar wordt gemaakt tegen deze wijze van bezoldigen, wordt wel gewezen op het gevaar dat een optieregeling die een onevenredig groot deel uitmaakt van de totale bezoldiging, ertoe kan leiden dat het bestuur zich bij zijn besluiten betreffende de vennootschap vooral zou laten leiden door de wens de koersen van de onderliggende aandelen in het kapitaal van de vennootschap op korte termijn te beïnvloeden.
Kamerstukken II, 27 900, 2000/01, nr. 3 (MvT), p. 2.
Een belangrijke rechtvaardiging voor het invoeren van verregaande openbaarmakingsverplichtingen vindt de wetgever in Nederland onder meer in de tendens naar een bezoldiging die wat betreft hoogte en structuur nadrukkelijker aansluit bij internationale, in het bijzonder Angelsaksische, ontwikkelingen: een ruime vergoeding, gekoppeld aan een voor Europese begrippen ruimhartig optiepakket. Tegenover de ‘ruimhartige’ Angelsaksische bezoldiging staat dat bestuurders in Angelsaksische landen doorgaans moeten voldoen aan vergaande regels inzake de openbaarmaking van de bezoldiging. Een ondernemingsbestuur dat zich wil laten belonen naar internationaal (Angelsaksisch) voorbeeld, behoort daarover ten minste dezelfde openheid te betrachten als in de Angelsaksische wereld gebruikelijk is, aldus de wetgever. Kamerstukken II, 27 900, 2000/01, nr. 3 (MvT), p. 2 en 3.
De moderne manier van bezoldigen heeft ingrijpende invloed gehad op de wijze waarop tegenwoordig in diverse landen verantwoording dient te worden afgelegd. De openbaarmakingsverplichtingen die werden ingevoerd in Duitsland ten tijde van de Grote Depressie hadden primair tot doel inzicht te verschaffen in de kosten van de top als geheel.1 Eenzelfde benadering is te zien bij de invoering van art. 2:383 BW in Nederland. De moderne manier van bezoldigen zorgt ervoor dat de aandacht verschuift van het verkrijgen van inzicht in de kosten die gemoeid zijn met het aantrekken en behouden van bestuurders als groep, naar bezoldiging als prikkel.2 Hierdoor ontstaat de behoefte inzicht te krijgen in de individuele bezoldiging van een bestuurder afgezet tegen zijn prestaties en die van de gehele onderneming. De individualisering van de beloningsinformatie wordt verder versterkt, omdat wordt onderkend dat het gebruiken van bezoldiging als managementtool bepaalde risico’s met zich kan brengen.3 Het wordt noodzakelijk geacht inzicht te verschaffen in de risico’s die voortkomen uit de wijze waarop wordt bezoldigd. Hiermee komt een einde aan de gedachte dat informatie over de bezoldiging van bestuurders slechts voorbehouden is aan de onderneming. Alle stakeholders hebben baat bij een deskundig en met visie geleide onderneming en derhalve bij de wijze waarop het bestuur van de onderneming wordt bezoldigd.4 Verantwoording naar de buitenwereld krijgt de overhand boven bezoldiging als interne aangelegenheid, met als gevolg dat de privacy van de bestuurder moet wijken.5 Deze ‘individualisering’ heeft zich in alle landen voltrokken. Nederland staat daarin dus niet alleen.